• Home
  • /Interview
  • /Interview met Mattijs Branderhorst: “Meevoetballen wordt overschat in Nederland.”
Interview met Mattijs Branderhorst: “Meevoetballen wordt overschat in Nederland.”

Interview met Mattijs Branderhorst: “Meevoetballen wordt overschat in Nederland.”

De 24-jarige Mattijs Branderhorst die bezig is aan zijn eerste seizoen als nummer 1 bij Willem II, mocht vorige week donderdag na de beslissende pingelstop in de kwartfinale van de KNVB-beker tegen Roda JC maar heel even genieten van zijn heldenstatus. In de 7 dagen die volgden, stonden namelijk 3 belangrijke competitiewedstrijden gepland. Branderhorst keepte tegen Sparta een wereldpot en was eveneens zeer stabiel tegen VVV en Heracles, maar kon niet verhinderen dat zijn ploeg maar 3 punten uit 3 duels pakte. In een drukke week gingen we in gesprek met de zelfkritische en open Branderhorst. Over het keepersvak, de weg naar de top en de toekomst

Om te beginnen: wat vind je zo mooi aan het keepersvak?
“Keepers maken het verschil. Zij bepalen wie wint. Ik praat graag in het veld en zet graag m’n verdedigers goed neer, maar als er fouten worden gemaakt door je teamgenoten, kun jij het als keeper oplossen. Niet zozeer die ene wereldredding maakt keepen mooi, maar er staan als je nodig bent.”

Hoe oud was je toen je voor het eerst de handschoenen aantrok?
“Ik geloof dat ik vier was toen ik voor het eerst onder de lat ging staan, bij de F3 van TSV Theole in mijn geboortestad Tiel. M’n broer wilde niet meer keepen, dus ging ik er maar staan. Ik ben er nooit meer weggegaan. Tot de B-jeugd speelde ik mijn wedstrijden bij TSV Theole en op mijn veertiende werd ik gescout door Willem II. Sindsdien ben ik een echte Willem II-er.”

TSV Theole C1, 2007/2008

Is keepen je met de paplepel ingegoten?
“Mijn oom was ooit keeper bij de zaterdagamateurs van Winterswijk en m’n moeder is ooit ook keeper geweest; snel daarna is ze gaan volleyballen. M’n oudere broer begon met keepen, maar vond het tóch leuker om te voetballen en mijn jongere broertje van veertien keept nu voor het eerst dit seizoen. Daarvóór korfbalde hij.”

Je familie is dus goed met de handen…
“Haha, inderdaad. Mijn broertje vindt het keepen nu helemaal geweldig. Ook omdat ik bij Willem II keep, maar hij heeft het niet van mij geleerd. Hij keek en kijkt heel erg veel filmpjes van keepers, waardoor hij helemaal zijn eigen stijl heeft ontwikkeld. Hij is een hele stijlvolle keeper – een totaal andere keeper dan ik ben – maar hij pakt echt veel ballen. Dat deed hij vroeger al toen hij op doel wilde als mijn broer en ik ballen gingen schieten.”

Ga je weleens kijken naar z’n wedstrijden bij Theole?
“Wanneer ik kan, ben ik er. Hij zit nu in de C3 en daar baalt –ie van, omdat –ie eigenlijk veel te goed is. Maar de trainers konden het niet maken om hem meteen in de selectie te zetten; hij keept pas een jaar!”

Wat zeg jij dan tegen hem?
“Heb geduld en blijf hard werken. Hij moet vooral genieten nu, maar ik denk serieus dat hij echt ver kan komen!”

Toen je in in B-jeugd zat, werd je gescout door Willem II…
“Dat eerste jaar was fantastisch, maar ook pittig. Ik besloot om in mijn eerste jaar bij Willem II in Tiel te blijven wonen, want daar woonden mijn vrienden en familie. Ik ging dan na school met de trein naar Tilburg en pakte bij het station de fiets naar Willem II. Ik had het geluk dat mijn ouders allebei docent waren op mijn middelbare school, dus als ik eerder weg moest, bijvoorbeeld om met het eerste mee te trainen, gaf de school mij de ruimte. Daarnaast heb ik mijn vwo-diploma te danken aan mijn vrienden. Zonder hun aantekeningen en hun hulp bij werkstukken, was het een stuk lastiger geworden.”

Na het behalen van je vwo-diploma, ben je rechten gaan studeren, maar werd je ook derde keeper bij het eerste. Geen makkelijke combinatie, lijkt me.
“Nee, het was ook geen succes, hoewel het zeker mogelijk zou kunnen zijn; ik zie tegenwoordig veel dames die professioneel voetbal met een studie combineren, terwijl ze even vaak moeten trainen als wij. Zo blijkt maar weer: vrouwen kunnen beter plannen en hebben meer discipline dan mannen.”

Mis je het studeren nu?
“Dat wel; ik vind het belangrijk om mezelf te ontwikkelen. Zo ben ik opgevoed. Mijn broer studeert nu krijgsgeschiedenis op de universiteit van Utrecht en zelfs mijn ouders zijn nog steeds bezig om zichzelf in hun vakgebied te ontwikkelen. Maar ik heb niet het gevoel dat ik stilsta. Ik ben me nu op een ander niveau aan het ontwikkelen: beter worden in het keepersvak.”

Hoe verliepen die eerste jaren in de hoofdmacht?
“Het eerste jaar ging erg slecht: tijdens een duel liep ik een botkneuzing op, waardoor ik weken met een dikke knie moest keepen. De fysio destijds vertelde me echter dat ik gewoon door kon gaan, tot ik tijdens een training iets voelde knappen in mijn knie. M’n buitenmeniscus was gescheurd. Ik had beter moeten weten en meteen moeten stoppen.
Na de operatie kon ik redelijk snel weer trainen, maar mijn knie bleef maar dik worden, dus ik moest kiezen voor volledige rust. Ik zat op dat moment tegen het Nederlands Elftal onder -19 aan, maar zag het allemaal in rook opgaan. Ik moest me herpakken, revalideren en weer opklimmen. Willem II bleef gelukkig vertrouwen in mijn kwaliteiten houden en verlengde mijn contract.”

Twee jaar later koos je voor een verhuurperiode bij MVV. Zag je geen toekomst?
“Ik was 21, was voor het derde jaar achtereen derde keeper en wilde speelminuten maken. Daarnaast had ik behoefte aan een andere omgeving. MVV wilde me graag huren en gaf daarbij aan dat ik een kans zou krijgen om me te bewijzen.”

MVV, 2016

Maar het werd geen groot succes…
“De keeper die er al in stond, Jo Coppens, pakte in de voorbereiding alles en ikzelf maakte in een voorbereidingswedstrijd een blunder. Dan wordt altijd gekozen voor de keeper die er al in staat. Toen hij echter geblesseerd raakte, maakte ik m’n debuut in de eerste divisie, tegen NAC. Vijf wedstrijden mocht ik keepen. Het ging best lekker, maar toen Coppens was hersteld, belandde ik weer op de bank. Na dat seizoen moest ik terug naar Willem II. Liever was ik nog een jaar gebleven, omdat ik wist dat Coppens naar Roeselare vertrok, maar MVV zag geen eerste keeper in mij.”

Toen begon je weer van voor af aan…
“Ik kreeg te horen dat Nigel Bertrams en ik moesten vechten om de plek als tweede keeper achter Kostas Lamprou. In de twee voorbereidingswedstrijden kregen Lamprou en Bertrams ieder een helft. Na die wedstrijd ben ik meteen naar de trainer, Erwin van de Looi, gestapt. Hij liet me weten dat ik me moest laten zien bij Jong Willem II en op de trainingen. Hij is altijd open en eerlijk naar mij toe geweest, dat vind ik erg fijn. Ik ben een jongen die graag wil weten waar hij staat. Het enige wat ik zodoende kon doen was keihard knokken. Dat heb ik gedaan.”

Branderhorst met het vingertje naar de hoek net vóór zijn beslissende pingelstop.


Hoe gaat de concurrentiestrijd tussen de keepers dit jaar?
“Ik begon als tweede keeper en heb altijd keihard geknokt voor mijn plek. Maar dit doe ik nooit ten koste van mijn collegakeepers. Als ik eerste keeper ben, wil ik ook dat zij mij beter maken. We hebben elkaar nodig. Dat ik nu eerste keeper ben, verandert daar niet veel in. We werken hard met ons groepje keepers om elkaar beter te maken.”

Alsof het zo moest zijn twee seizoenen geleden, werd Harald Wapenaar keeperstrainer bij Willem II…
“De beste keeperstrainer in Nederland op dit moment, vind ik. Kijk alleen al naar welke talenten hij onder zijn hoede heeft gehad: Sonny Stevens, Robin Ruiter en Theo Zwarthoed; allemaal keepers die op het moment dat Wapenaar hun keeperstrainer was, een topjaar draaiden. Ook Kostas Lamprou heeft onder Wapenaar een heerlijk jaar gedraaid en heeft er een mooie transfer naar Ajax mee afgedwongen. Ik weet zeker dat dit voor een groot deel aan Wapenaar ligt.”

Waarom is Wapenaar zo goed volgens jou?
“Wapenaar verwacht niet dat je alles goed doet. Hij is realistisch. Tijdens trainingen legt hij altijd de focus op de kwaliteiten en maakt die nog beter. Hij maakt me echt sterker. Wapenaar is een voorstander van aanvallend keepen. Dat betekent dat je bijvoorbeeld bij 1 op 1-situaties niet moet afwachten, maar op het juiste moment, als de voetballer het niet verwacht, erop moet klappen. Aanvallend keepen is momenten inschatten en ballen niet met je vuisten blokken, maar met je lichaam. Dankzij Wapenaar gebruik ik mijn postuur nu op de juiste manier: ik maak mezelf nog groter als de aanvaller op me afkomt, blijf langer staan, laat de aanvaller de eerste actie maken en probeer de bal te blokken met mijn lichaam, zoals Manuel Neuer en Marc-André ter Stegen dat heel vaak doen.”

Jasper Cillessen zal de concurrentiestrijd bij FC Barcelona dus nooit winnen van Ter Stegen..?
“Cillessen is een stabiele keeper, maar bij 1 op 1-situatie zal hij er nooit invliegen. Hij houdt zijn opties altijd open en wacht op de eerste actie van de tegenstander. Hierdoor pakt hij ballen die hij moet pakken, maar zal hij nooit de extreem moeilijke ballen pakken.”

Vertelt Wapenaar je weleens over zijn keeperstijd?
“Hij haalt heel vaak situaties naar boven die hij zelf heeft meegemaakt. Zijn tijd in Italië was bijvoorbeeld echt een eyeopener voor hem. Hij leerde er op zijn lijn te blijven en leerde dat meevoetballen niet altijd belangrijk is. En dat was juist een eyeopener voor mij.”

Moet een keeper niet kunnen meevoetballen dan..?
“Hij vertelde eens dat hij in een van zijn eerste wedstrijden bij Udinese de centrale verdediger aanspeelde om op te bouwen. De verdediger ramde de bal naar voren en schold Wapenaar de huid vol. Daarna ramde hij alle ballen gewoon naar voren. Sindsdien kijk ik heel anders tegen meevoetballen aan.”

Want..?
“In Nederland moet je altijd meevoetballen, wat op zich geen probleem voor me is; ik kan prima voetballen. Maar meevoetballen wordt in Nederland overschat. Altijd wordt er geroepen dat je als keeper per sé moet meevoetballen, maar als het fout gaat, roept iedereen: wat doet die keeper nou?! Als keeper moet je er te allen tijde voor zorgen dat je geen doelpunt weggeeft door het meevoetballen. Geef ‘m daarom gewoon lang en neem nooit het risico. Niemand zeurt als de bal niet precies bij jouw spits terecht komt, zoals dat bij Marc-André ter Stegen wel zo is.”

Branderhorst in actie met Wapenaar

En wat bedoelt Wapenaar met terug naar zijn lijn gaan?
“Als je op keepers let tijdens een vrije trap, zie je bijna altijd dat de keeper minimaal een meter voor zijn doellijn staat. Hierdoor vergoot hij de kans op een tegendoelpunt, omdat de afstand van zijn hand naar het doel groter is. Daarom sta ik altijd net iets achter mijn lijn. Als keeper moet je niet te ver naar voren willen keepen. Houd het overzicht, kies je positie op de lijn en kies het juiste moment om uit te komen. Je hebt meer reactietijd als je op de lijn keept.”

 Maakt de huidige coach jou ook beter?
“Van de Looi is een trainer die tactisch heel erg sterk is. Hij weet zijn tactiek altijd duidelijk uit te leggen aan het team en communiceert heel duidelijk. Ik vind het jammer dat hij volgens seizoen vertrekt, want hij is toch de trainer die mij de kans gaf als eerste keeper.”

En Wapenaar?
“Zijn contract loopt eind dit seizoen af, maar de club zou er goed aan doen om hem te behouden.”

 Omschrijf jezelf eens als keeper..
“Ik heb ondanks m’n lengte goede reflexen, ik kan mijn verdedigers goed coachen, ben altijd enorm gedreven, 1 op 1 ben ik op m’n best en bij voorzetten ben ik ook wel aardig.”

Ben je wel aardig..?
“Er is nog volop ruimte voor verbetering. Op trainingen ben ik echt heel goed en pak ik alle voorzetten, maar bij wedstrijden durf ik nog niet altijd te komen. Ik weet zeker dat ik het verschil kan maken door meer hoge ballen te pakken, dus dat is een doel voor mij.”

Wat train je nog meer?
“Ik wil die explosiviteit bezitten die veel Duitse keepers hebben, zoals mijn collega Timon Wellenreuter. Ik wil sneller kunnen gaan naar de hoek. Nu heb ik nog teveel een vertraagd moment voordat ik duik. Daarnaast moet mijn voetenwerk sneller. Ik train er veel op met een personal trainer.”

Wat opvalt tijdens jouw wedstrijden: je juicht bijna altijd als je een belangrijke redding hebt gemaakt…
“Dat klopt. In m’n jaar bij MVV is er iets gebeurd waardoor ik voelde dat ik moest knokken voor m’n plek. Ik zag de manier van knokken voor het eerst bij Ricardo Ippel, die op hetzelfde moment als ik naar MVV vertrok. Hij is als speler heel erg van het knokken en ik merkte op dat hij altijd de partijtjes won. Dus toen ik tegen hem speelde tijdens een partijtje, ging ik precies hetzelfde doen als hij: ik schreeuwde en juichte na een redding, jende m’n tegenstanders, zweepte m’n team op en juichte extra hard bij doelpunten van ons. En wat opviel: mijn team won die eerste keer. De tegenstanders werden helemaal gek van me. Na de training kwam de aanvoerder naar me toe en zei: “Je hebt echt goed gekeept, maar als ik de kans had gehad tijdens het partijtje, had ik je een ongelooflijke doodschop gegeven.” Het was dus iets te extreem, maar ik wist dat deze energie tijdens partijtjes me zou helpen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik dat jaar bij MVV minimaal 90% van mijn partijtjes won. Ik weet zeker dat ik hier bij Willem II met deze gedrevenheid en felheid mensen heb kunnen verrassen en overtuigen. Ik ging er vol overtuiging in dat doe ik nog steeds. Buiten het veld ben ik een rustige jongen, maar op het veld kan ik me als een gek gedragen.”

Het vuistje van Branderhorst

Krijg je hierop ook commentaar?
“Als mensen tegen me zeggen dat ik niet moet juichen na een redding, zeg ik tegen ze dat ik geen spits ben; ik ben een keeper. Ik maak niet snel een doelpunt, dus ik pak mijn juichmomenten op de momenten dat ik belangrijk ben. Dan laat ik – zoals ik altijd zeg – even het vuistje zien. Ik laat zien dat ik er blij mee ben. Het geeft me energie.”

Dus ‘het vuistje’ maakt je sterker?
“Ja, maar tegelijkertijd wil ik het niet nodig hebben om me op te laden. Ik wil die onoverwinnelijkheid die ik nu voel en laat zien na een redding, eigenlijk al voelen voordat ik überhaupt een bal gepakt heb. Keepers als André Onana en Jeroen Zoet zijn sterk en stabiel in hun hoofd, stralen tegelijkertijd agressiviteit en rust uit en zijn heel de wedstrijd gefocust op die ene bal. Daar moet ik nog aan werken. Maar ik zal altijd blijven juichen na een redding.”

Wat vind jij de mooiste redding ooit gemaakt?
“Zoals je vast verwacht, vind ik de voor Nederland pijnlijke redding van Iker Casillas op het schot Robben in de finale van het WK in 2014 nog steeds de mooiste. Maar daarnaast kan ik me een redding herinneren van Manuel Neuer in een Champions League-wedstrijd van Bayern München tegen Arsenal. Een voorzet van links werd door Theo Walcott ingekopt op de vijfmeterlijn, maar met een snelle reflex wist Neuer de bal met één hand tegen te houden. Een ongelooflijke redding.”

En je eigen mooiste redding?
“Tijdens een oefenwedstrijd tegen Club Brugge werd een corner afgeslagen, maar daarna opnieuw ingebracht. Ik stond bij de eerste paal, moest sprinten naar m’n tweede paal waar een speler de bal naar de grond kopte. Ik tikte de bal er heerlijk uit en we wonnen die pot met 1-0. Het was de laatste oefenwedstrijd voordat ik eerste keeper werd. Die heeft misschien wel de doorslag gegeven voor de trainer om mij als eerste keeper te kiezen. Voor mij op dit moment dus niet zozeer de mooiste, maar zeker de belangrijkste redding in mijn carrière. Daarnaast vind ik de redding op het schot van Sparta-speler Goodwin tijdens een 2-2 stand een fijne.”

Het vuistje na de belangrijkste redding tegen Sparta

 

Wat zou de beste keeper ter wereld volgens jou moeten bezitten?
“Het voetenwerk van Navas, het postuur van Neuer en de meevoetballende kwaliteiten van Marc-André ter Stegen.”

Weer twee Duitse keepers…
“Begint het je op te vallen, ja?”

Ben je een fan van de Duitse keepersstijl?
“Niet alleen van de stijl. Het Duitse voetbal vind ik fantastisch. De keepers in die competitie zijn sterk, atletisch en enorm explosief. Spelen in de Bundesliga is echt een droom voor mij.”

Wat zie jij in de Bundesliga?
“Ik ben een keeper die kan genieten van het publiek. Toeschouwers maken mij sterker. Ik vind het heerlijk om uitgefloten te worden en om het publiek te bespelen door bijvoorbeeld tijd te rekken of om door gemeen dat vuistje te laten zien. Bij Bundesliga-clubs zitten de stadions altijd tot de nok vol. Heerlijk, toch?”

Maar nu eerst nog een paar jaar Willem II…
“Juist. Ik wil een stabiele keeper worden in de Eredivisie, het liefst bij mijn cluppie, maar als we onverhoopt toch degraderen, wordt dat lastig. In m’n wedstrijden heb ik laten zien dat ik het niveau van de Eredivisie aankan. Ik wil mezelf hier ontwikkelen en als ik er klaar voor ben om te vertrekken, zou ik er nog graag een contractverlenging uitslepen, zodat Willem II nog wat aan me kan verdienen. Maar voorlopig zit ik goed. Ik heb zelfs al een appartement gekocht in Tilburg en m’n vriendin studeert en woont ook in deze stad.”

En over vijf jaar?
“Dan heb ik net mijn eerste WK achter de rug, in Quatar in 2022. Haha! Even zonder dollen: dat is altijd mijn hoofddoel geweest: met het Nederlands Elftal naar een WK. Met waar ik nu sta en de wisselingen in keepers die er zijn geweest, is dat zeker mogelijk. Ik geloof erin: ik keeper iedere week in de Eredivisie en kan in vier jaar tijd heel erg groeien. Ik droom groot en lach het niet weg. Daarnaast zou ik dus heel erg graag in de Bundesliga keepen.”

Je hebt erg veel doelen…
“Als je doelen hebt, kun je daar naartoe werken en ben je in ontwikkeling. Ik wil het verschil maken bij hoge ballen, ik wil in de Bundesliga keepen en ik wil een WK halen. Dat zijn mijn doelen. Ohja: ik wil ook minstens één keer in m’n carrière een doelpunt maken! Maar laten we eerst maar eens vechten met Willem II om erin te blijven. Met ons team horen we niet op de plek waar we nu staan. tijd dus voor bloed, zweet en goalen!”

Personalia

Lengte: 1,92
Gewicht: 90kg
Schoenmaat: 46
Handschoenenmaat: 11
Voetbalschoenenmerk: Nike
Handschoenenmerk:Aviata

Branderhorst in zijn gebied.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*