Uit de Duitse kast

Uit de Duitse kast

Het is warm. Of dat door het weer komt of door zijn gedachten, weet Theo niet. Met gevouwen handen zit hij aan de eettafel. Hij voelt hoe het zweet zich verzamelt tussen zijn kronkelige vingers. Hoe zijn lange benen gespannen tegen het onderwerk van de tafel drukken, zijn haren plakkend tegen de druppels op zijn puisterige voorhoofd. Niemand ziet het, maar Theo weet het: dit is het moment waarop hij heeft gewacht. Het moment dat hij het moet zeggen.

Theo had zich al voorbereid op dit moment. Als Oranje het WK wint, vertel ik het, had hij bedacht. Het zou een perfect moment zijn. Iedereen zou dansen van vreugde in huize Van Leeuwen en dán zou hij toeslaan. Iedereen zou stoppen met dansen, verbaasd kijken, maar zeggen: “Ach man, wat maakt het uit, voor ons ben je gewoon Theo!” en weer verder dansen. Het leven zou verder gaan en Theo zou voor altijd zichzelf kunnen zijn.
Hij is klaar met dat knagende gevoel dat hij al sinds zijn kinderjaren heeft. Het moet eens afgelopen zijn.

Tot nu nu toe verliep zijn leven zoals pa dat voorspeld had. Theo werd zestien jaar geleden via een keizersnede geboren. Op zich geen bijzonderheid, maar deze keizersnede ontstond doordat Theo dwarslag. Theo was nog geen minuut op de wereld of pa schreeuwde het al lachend door de gang van het ziekenhuis: “Deze derde zoon wordt een lastpak!” Theo bleek geen lastpak om wie je als ouder op gesprek moet bij de rector omdat je zoon het haar van een klasgenoot in de fik heeft gestoken. Nee, Theo was stil. Heel erg stil. En Pa kon zeggen wat –ie wilde, maar Theo deed zijn eigen ding. In stilte. En dat zat pa dwars. Hij was het tegenovergestelde van Theo. Natuurlijk wist Theo zelf ook wel dat hij stiller was dan zijn broers, maar hij wist waarom: hij had geen zin had om over het geschreeuw van zijn vader en twee broers uit te komen en hij had al helemaal geen behoefte om beter te zijn dan dan die gasten. Dat hij niet de knapste van de familie was, had pa hem maar vaak genoeg duidelijk gemaakt. “Kijk naar je broers. Die doen wat aan hun kapsel!”, had –ie een keer geroepen. Wil jij niet op Robbie lijken?” Hij bedoelde Rensenbrink. Theo wist niet méér van Robbie Rensenbrink dan uit de verhalen van zijn vader. Iets met een bal op de paal in de laatste minuut en toiletrollen op het veld. Pa was altijd al fan van verzorgd voetbal en van verzorgde voetballers geweest. Sinds Cruijff was alles anders, volgens hem. “Kijk naar dat voetbal. Naar die voetballers. Zie die bal gaan. En die lange lokken. Prachtig! Kijk dan, Theo!” Maar Theo keek niet.

Theo had niks met voetballers, hij had alleen maar oog voor keepers. Hij had al geluk gehad dat z’n pa ‘m geen naam van ’n voetballer had gegeven. Daar dankt hij in gedachten z’n moeder nog iedere dag voor. In ’74 zat er toevallig een Theo de Jong bij de selectie van het Nederlands Elftal en nu loopt er ene Theo Jansen op het veld. Dat neemt -ie maar op de koop toe. Het zou toch tijdelijk zijn. Nee, van voetballers moest Theo niks hebben. Van voetballers waren er zoveel. Keepers, dat is zijn soort mensen.

Toen Theo acht jaar was, kreeg pa hem voor het eerst op een veld. Hij had een keeper nodig in de tuin. Iemand die de schoten van zijn andere zoons tegen kon houden. Theo vond het prima, zolang -ie maar niet hoefde te gaan dribbelen. Hij bleef op de lijn en verdedigde het zelfgemaakte doeltje met zijn blote handen. Dat ging ‘m best aardig af. Zo aardig dat zijn oudste broer hem had voorgesteld aan zijn trainer. Of Theo een keer mee mocht doen. Om te kijken hoe het ging. Dat mocht. Die eerste training pakte Theo alles. En hij had er zowaar plezier in. Hij vloog, trapte en stompte met zoveel plezier dat hij bleef. Maar wat pa ook probeerde, Theo bleef op doel.

Nu keept hij alweer twee jaar in het eerste. In het team van zijn broers. Volgens pa, omdat Theo de enige in het dorp is die keeper wil zijn. Pa komt iedere wedstrijd kijken, maar niet voor Theo. Hoe hard Theo ook traint, hoeveel reddingen Theo ook maakt, hoeveel punten Theo ook pakt, de ogen van pa zijn altijd gericht tot aan het zestienmetergebied van Theo. Pa moet niks van keepers hebben, nog steeds niet. Theo verdenkt Sepp Maier, die Duitse keeper die met zijn Duitsland pa’s Oranje van de wereldbeker afhield in ’74. “Die lelijke Duitse keepers met hun rare fratsen!”, riep pa altijd als hij over zijn frustratie van ’74 praatte.

Maar hoe meer pa praatte over die vervelende Duitse keepers, hoe groter Theo’s fascinatie voor de Duitse keeper werd. Hij begon zichzelf te zien in de Duitse keepers. Keepers die niet zozeer fantastisch konden voetballen en nooit model zouden worden, maar altijd met zoveel passie en werklust keepten dat ze de top bereikten. Keepers die spitsen bang maakten en volgens velen gek waren in hun hoofd, maar het verder schopten dan hun normale collega’s. Theo keek tegen hen op. Iedere dag keek hij op zijn slaapkamer stiekem filmpjes van Toni Schumacher. Op zijn negende hield Theo op een zaterdag eens expres zijn vingers tussen deur en deurpost, toen pa de deur dichtdeed. Theo wilde zich voelen zoals Schumacher, die eens met een gebroken vinger had gekeept. Theo wilde voelen wat Schumacher had gevoeld. Die middag zat Theo in het ziekenhuis. Hij zei niks. Zijn ploeg verloor met 9-3.
Nog steeds oefent Theo op iedere training de eenarmige worp, uitgevonden door Toni Schumacher. Fel zijn zoals zijn Duitse voorbeelden, dat wilde hij. Dit leverde hem in zijn eerste seizoen als eerste doelman al eens vier wedstrijden schorsing op wegens gevaarlijk spel; Theo probeerde tijdens het uitkomen de karatetrap van Schumacher in ’82 te imiteren, maar raakte hierbij niet alleen de spits, maar ook zijn eigen broer die met de spits meeliep en vol in zijn gezicht werd geraakt met noppen die na een half jaar nog steeds in zijn voorhoofd staan gedrukt. De spits werd geraakt door Theo’s knie en kwam weg met een hersenschudding en een gebroken oogkas. Het deed Theo niet zoveel. Hij bleef de filmpjes kijken en zich verdiepen in de Duitse stijl van die oude keepers. Hij koopt zijn handschoenen nog steeds net een maatje te groot, net als Maier. En tegenwoordig duwt hij zijn teamgenoten zelfs terwijl hij tegen ze schreeuwt, zoals Oliver Kahn dat deed. Heerlijk vindt hij het, als pa dan opkijkt. Was dat onze Theo die schreeuwde?

Onder de Duitse lat staat tegenwoordig een moderne keeper. Een keeper die de stijl heeft van hoe Nederland en pa het graag zien: gracieus, rechtop, technisch en meevoetballend. Manuel, met een achternaam die volgens Theo pastte bij de nieuwe Duitse keepersstijl: Neuer. Het oude tijdperk van Theo’s liefde is voorbij, zo lijkt.

“Wat zit je daar nou, man. Je zit al een uur vanaf dáár de pot te kijken! Kom gewoon op de bank zitten! Dit is de finale!” Theo schrikt op en kijkt naar z’n uitgedoste broer. Hij weet maar al te goed dat het de finale is. Maar het is vandaag niet alleen de finale van Oranje. Het is zíjn finale. Deze finale, de finale van het WK tussen Nederland en Spanje, is hét moment waarop Theo heeft gewacht. Het moment dat hij na jaren uitstel uit de kast gaat komen. Hij heeft alleen het juiste moment nodig.

Het is Wesley Sneijder die er in de 62e minuut voor zorgt dat Theo in alle snelheid moet beslissen of hij het gaat zeggen. Vóór hij het echter zelf doorheeft, staat hij op. Zijn knokige knieën stoten tegen de tafelrand, een glas water valt over de net gefrituurde bitterballen van zijn moeder, achter hem stuitert een stoel op de plavuizen. En terwijl Iker Casillas met de punt van zijn schoen het schot van Arjen Robben tot achterbal verwerkt, schreeuwt Theo het door huize Van Leeuwen:

“Ik ben een Duitse keeper!”

Het valt stil. Theo staart zijn familie aan. Iedereen zwijgt. Enkel Frank Snoeks durft nog woorden te spreken. “…En dan heb je tijd om na te denken. En dat maakt het er niet makkelijker op…”

Pa zucht diep. Na vier herhalingen op tv, maar nog steeds geen doelpunt voor Oranje, loopt hij richting keuken en verbreekt hij de stilte in huize van Leeuwen.

“Zijn we er toch ingetuind.”

Dit kortverhaal verscheen als lezerspost in Hard Gras nummer 112.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*