• Home
  • /Blog
  • /Interview met Ruud Hesp: ‘Ik zie veel van mezelf terug in Jeroen Zoet’

Interview met Ruud Hesp: ‘Ik zie veel van mezelf terug in Jeroen Zoet’

Tot 2002 was Ruud Hesp (49) gevierd keeper bij HFC Haarlem, Fortuna Sittard, Roda JC en FC Barcelona en opnieuw Fortuna Sittard. Na zijn spelerscarrière werkte hij als keeperstrainer en teammanager bij Roda JC en als keeperstrainer bij FC Groningen en het Nederlands Elftal. Toen Philip Cocu in 2013 belde met de vraag of Ruud bij PSV aan de slag wilde als keeperstrainer, was de keuze snel gemaakt. ‘Ik voel me erg goed op mijn plek bij PSV.’

Wanneer begon jouw carrière als keeper?

‘Toen ik twaalf was, speelde ik in de spits bij FC Abcoude. Onze eerste keeper was geblesseerd en de reservekeeper had een tafeltennistoernooi. Ik stond weleens op doel op school, dus vond het prima. Die wedstrijd verloren we met 4-0, maar het ging best goed. De week erna speelden we tegen de jeugd van Ajax en ik moest weer op doel. De uitslag? 0-0. Het ging eigenlijk best wel goed.’

Wat als die tafeltenniswedstrijd was afgelast?
‘Dan was ik waarschijnlijk automonteur of vrachtwagenchauffeur geworden. Maar in mijn carrière heb ik sowieso wel wat geluk gekend.’

Vertel…
‘Toen ik veertien was, werd Piet Schrijvers (oud-keeper van o.a. Ajax) trainer van het eerste bij FC Abcoude. Hij was een voorbeeld voor mij als keeper. In de laatste wedstrijd van dat seizoen mocht ik van Schrijvers als veertienjarige op doel. Eigenlijk veel te jong, omdat je vijftien moest zijn om bij de senioren te mogen spelen. Ik speelde zelfs met vrienden van mijn vader. De volgende drie seizoenen promoveerden we met Abcoude en speelde ik alles. En toen klopte op HFC Haarlem op de deur.’

1985: Ene M. van Basten kopt in de wedstrijd Ajax – Haarlem de bal over de handen van Ruud Hesp, die dat jaar voor het eerst onder de lat van HFC Haarlem staat.

Het begin van je profcarrière…
‘Inderdaad. Ik kon best aardig keepen, maar ik had nooit verwacht dat ik prof zou kunnen worden. Toen ik bij HFC Haarlem kwam, ben ik me voor het eerst volledig gaan richten op het voetbal. Ik heb mijn middelbare school afgemaakt en werd profkeeper. Na vier seizoenen als tweede keeper vertrok ik naar Sittard waar ik zeven jaar de eerste man was. Daarna stond ik nog drie seizoenen bij Roda JC onder de lat.’

Je stond in die tijd 272 competitiewedstrijden onafgebroken op rij in de goal.

‘Ja, vorig jaar raakte ik die “titel“ kwijt aan NAC Breda-doelman Jelle ten Rouwelaar als speler met de meest gespeelde wedstrijden aan één stuk in de Eredivisie.’

Ruud Hesp feliciteert Jelle ten Rouwelaar

‘In mijn hele carrière (593 wedstrijden) heb ik bij elkaar maar 4,5 wedstrijd gemist, waarvan vier omdat ik een bal verkeerd op mijn vinger kreeg en mijn vinger brak op vier plaatsen. Maar ach: pijn is maar tijdelijk en met pijn kun je spelen.’

Ervaring mee?
‘Vier wedstrijden voor het einde van het seizoen brak ik die vinger, maar we wisten dat we de nacompetitie zouden gaan spelen. En die wilde ik spelen. Zelf heb ik toen een kunststof vinger gemaakt die precies om mijn vinger paste. Doordat ik die vinger samen tapete met de vinger ernaast, paste ik niet in mijn handschoen. Er werd toen een speciale keepershandschoen voor mij gemaakt met vier vingers en zo kon ik spelen. Het mooiste: tijdens de op één na laatste wedstrijd van die nacompetitie, uit bij Telstar, kwam een voorzet van links. Sander Oostrom schoot de bal kruislings in en met het topje van mijn kunststof vinger tikte ik de bal net langs de paal buiten.’

En toen gebeurde na tien seizoenen Eredivisie wat niemand verwachtte…
‘Ook ik had nooit verwacht dat ik op mijn 30e nog de stap zou maken naar een van de grootste clubs van de wereld, FC Barcelona. Zoals ik al zei: in het profvoetbal heb je wat geluk nodig.’

Waar was jij toen je hoorde dat FC Barcelona je wilde hebben?
‘Ik was thuis. Maar daar ging wel iets aan vooraf. Ik weet het nog precies. Het was in het seizoen dat we met Roda JC de KNVB-beker wonnen. Het gonsde toen al dat Van Gaal na dat seizoen zou vertrekken, maar niemand wist naar welke club. Na de wedstrijd tegen Ajax liep ik schuin achter hem langs en wenste hem succes bij zijn nieuwe club. Hij zei “dankjewel” en we liepen door.’

En toen?

‘Twee dagen later werd ik gebeld door Gerard van der Lem, de assistent van Van Gaal. Hij vroeg of ik interesse had mee te gaan naar de nieuwe club van Van Gaal. Dat konden vier clubs zijn: FC Barcelona, Bayern München, Manchester United of Real Madrid. Ik zei: “Vind je het goed als ik er even over nadenk…een seconde of 5?!” Ja, natuurlijk wilde ik dat wel! Pas drie maanden later – rond de bekerfinale – werd het serieus en nam FC Barcelona contact op. Ik zou tweede keeper worden achter Vitor Baia, Carles Busquets was de derde man en het op dat moment grootste keeperstalent van Spanje, Julien Lopetegui, de vierde keeper. Serieuze concurrentie dus.’

En toen was het eindelijk zover: je werd gepresenteerd bij FC Barcelona.
‘Ja, dat was de bedoeling. Maar op de dag dat ik gepresenteerd zou worden, kwam Barca er niet uit over het contract van Josep Guardiola. Dat was een iets grotere naam dan ‘Ruud Hesp’ en dat ging dus voor. Ik zat daardoor dat hele weekend lekker voor “niets” in Barcelona.’

Hoe paste jij je aan als keeper bij FC Barcelona?
‘Ik had het voordeel dat in de staf en selectie veel Nederlanders zaten. Dan voel je je toch sneller thuis. Ook mijn keeperstrainer was Nederlands: Frans Hoek. Tijdens de eerste training in Camp Nou was ik na 25 minuten kapot, omdat het er 35 graden was. Ik pikte het niveau redelijk snel op, maar merkte wel dat ik bij het grote Barcelona zat. Een veel hoger niveau dan dat ik gewend was, met grote voetballers. Maar ook dat went. Ik werd er beter. Na wedstrijden was ik ook echt op. Je bent constant bezig met je positionering en met het wegzetten van je defensie en bij FC Barcelona gaat het allemaal toch iets sneller dan bij Roda JC. En die ene bal die op goal komt moet je hebben.’

Ruud Hesp in een team met onder andere Rivaldo, Xavi, Cocu en Figo.

Waren er veel verschillen tussen keepen bij Roda JC en FC Barcelona?
‘Roda JC en FC Barcelona speelden in die tijd beide aanvallend voetbal, wat ook de reden was dat Van Gaal mij wilde hebben. Ik was het gewend veel ruimte te bespelen en paste me snel aan. Het grote verschil was vooral de druk. Iedere dag ging in het in de media over FC Barcelona. Ik probeerde mezelf daaraan te onttrekken door geen Spaanse tv te kijken of kranten te lezen.’

Geef je die tip ook aan Jeroen Zoet?
‘In deze tijd is het een stuk moeilijker met al die smartphones , social media en sportprogramma’s op tv, maar ik raad mijn keepers ook altijd aan om hetzelfde te doen. Volg je de media wel, dan moet je er ook mee om kunnen gaan. Ik weet nog dat Annette van Trigt van Studio Sport na mijn eerste maanden bij Barcelona maar bleef zeggen: ‘De droom van Hesp duurt voort’. Maar het was toen al lang geen droom meer, het was de realiteit. Dat soort zaken kunnen dan gaan spelen in je hoofd en dat moet je als keeper voorkomen.’

Hoe werd jij bij FC Barcelona eigenlijk eerste keeper?
‘Ook daar had ik weer een beetje geluk. Ik won zogezegd de concurrentiestrijd om de positie van tweede keeper achter de onomstreden Baia, toen volgens velen de beste keeper van de wereld. Op het trainingskamp in Nederland raakte hij echter ernstig geblesseerd aan zijn knie. En toen was ik dus plots eerste keeper en mocht ik vol aan de bak.’

Hoe was die start als eerste keeper?
‘Een van de eerste serieuze wedstrijden was de Supercup thuis tegen Real Madrid. Ik was bloednerveus. Na zeven minuten werd het 0-1. De volgende bal die ik die wedstrijd kreeg, wilde ik trappen naar Luis Figo, maar ik trapte ‘m over de zijlijn. Het publiek begon meteen te fluiten… Lekker begin.’

Hoe herpakte jij je dan?
‘Ik dacht na die actie meteen: “Kom op, man, geniet ervan! Vroeger maakte je vader je wakker om deze wedstrijd te kijken en nu mag je ‘m zelf spelen.” Ik bleef tegen mezelf zeggen dat ik ervan moest genieten. Gelukkig gingen de zenuwen over en speelde ik daarna een aardige pot. En we wonnen met 2-1.’

Als me zoiets gebeurde in een wedstrijd, probeerde ik voor mezelf altijd situaties uit elkaar te trekken door mezelf vragen te stellen. ‘Doe ik het expres?’ Nee. ‘Zijn mensen boos?’ Nee, alleen teleurgesteld. ‘Heeft de voetbalfout die ik heb gemaakt invloed op mijn keepersacties in het doel?’ Nee. Zo maakte ik mezelf rustig. Natuurlijk baalde ik als ik een fout maakte, maar dat betekende niet dat ik daarna een slechte wedstrijd ging keepen. Door situaties uit elkaar te trekken kon ik mezelf herstellen en de fout snel weer vergeten.

Heb je dit vaker moeten doen?
‘Bij iedere fout deed ik dat en het hielp. In de kwartfinale van de Champions League hadden we uit met 3-1 verloren van Chelsea. De tweede wedstrijd stonden we 2-0 voor. Ik wilde een bal wegtrappen maar ik trapte ‘m recht in de voeten van Tore Andre Flo: 2-1. Nog geen minuut daarna schoot Lampard de bal vanaf 25 meter direct op goal. De bal kreeg een rare curve en daalde de laatste meters. Toch pakte ik de bal klem. Uiteindelijk wonnen we de wedstrijd met 5-1. Louis van Gaal zei later tegen mij dat deze redding een van de beste reddingen in mijn periode bij FC Barcelona was, omdat ik na zo’n teleurstelling zo’n moeilijke bal klem kon pakken.’

Was dit ook meteen jouw mooiste redding ooit?
‘Nee, mijn mooiste redding maakte ik in de competitiewedstrijd tegen Real Madrid die we wonnen met 3-0. Van links kwam een voorzet van Clarence Seedorf die met het achterhoofd ingekopt werd door Christian Karembeu. De bal belandde op de paal en in de rebound schoot de Braziliaan Savio de bal tegengesteld op doel. In een snelle reflex tikte ik de bal via de lat het veld uit.’

Jouw mooiste keepersmoment heeft zich zeker in Barcelona afgespeeld?
‘De leukste jaren heb ik bij Roda JC gehad, maar de mooiste zeker in Barcelona. Het mooiste moment voor mij persoonlijk speelde zich af tegen Real Madrid. Een wedstrijd die we met 3-0 wonnen. Tijdens de wedstrijd kwam Raúl González Blanco naar mij toe en vroeg of hij na de wedstrijd mijn shirt mocht hebben. Hij zei na dat seizoen dat de keeper een grote doorslag had gegeven in de slag om het kampioenschap… Dat deed me wel wat, ja.’

En je kreeg een mooie bijnaam…
(Lachend) ‘Ja, dat klopt ja. Dat had Luis Enrique verzonnen, iemand die altijd wel in was voor een geintje. ‘Papa Mobile’ is het Spaanse woord voor Pausmobiel. Hij gaf me die naam omdat ik volgens hem altijd naar iedereen zwaaide. Als ik het veld op kwam lopen, waren er altijd wel wat Nederlanders die mijn naam riepen. En ja, dan zwaaide ik even. En ook na afloop bedankte ik de supporters altijd. Dat waren ze in Spanje blijkbaar niet zo gewend…’

Het eerste en tweede seizoen was je de onomstreden eerste keeper van de kampioen, maar nadat Van Gaal na het derde seizoen ontslag nam, kreeg je te horen dat je moest vertrekken.
‘Tijdens het derde seizoen kwam ik een tijdje op de bank te zitten en in die periode kreeg ik de mogelijkheid om naar Nederland terug te gaan. FC Barcelona hield me echter aan mijn contract en dus bleef ik bij Barcelona. Maar toen ging van Gaal een paar maanden later zelf weg en had de nieuwe trainer Serra Ferrer me niet nodig. Na heel veel gedoe mocht ik transfervrij weg, en ben ik teruggegaan naar Fortuna Sittard. Ondanks dat ik niet heel lekker ben vertrokken bij FC Barcelona, heb ik daar dus wel mijn mooiste voetbaljaren gehad.’

Ruud Hesp bij Roda JC

Ruud Hesp tijdens Roda JC – Schalke in 1996.

Na twee seizoenen Fortuna hing jij je keepershandschoenen aan de wilgen.
‘Ik had veel last van mijn knie. Ik was 36 en mijn knie had een kraakbeenprobleem. Ik was een keeper die altijd keihard moest trainen om topfit te blijven; ik moest iedere dag trainen. In die periode kon ik soms maar twee keer per week trainen, omdat ik teveel last had van mijn knie. Al snel merkte ik dat het keepen achteruit ging en besloot ik te stoppen.’

En toen zat je thuis.
‘Nou nee, ik ging al snel aan de slag op de commerciële afdeling bij Fortuna. Dat was leuk, maar niet helemaal mijn ding. Oud-profs waarschuwden me al: ‘De eerste drie maanden is het heerlijk, die rust, maar daarna gaat het kriebelen.’ Ze hadden gelijk: ik miste het voetbal, ik miste het veld. Toen Roda JC-trainer Huub Stevens belde of ik daar aan de slag wilde als teammanager en keeperstrainer, was ik snel overtuigd.’

Na 2 seizoenen ging je bij FC Groningen aan de slag als keeperstrainer.
‘Als keeperstrainer heb ik daar heel veel geleerd, vooral door de keepers die er waren. Toen ik kwam, had FC Groningen net Luciano Da Silva uit België gehaald als grote aankoop. Een totaal andere keeper dan ik was. De keeper die ik bij Roda JC trainde, Vladan Kujović, had een beetje dezelfde mentaliteit en stijl als ik, maar Luciano was anders. Hij was snel, krachtig, katachtig en volgens de mensen in België bespeelde hij de hele ruimte. Het enige probleem was dat Luciano in België gewend was om ver terug te spelen.’

Is dat een nadeel voor een keeper?
‘In Nederland spelen we altijd naar voren en moet een keeper dus uit zijn doel keepen. Maar Luciano speelde vanaf zijn lijn. Hierdoor was hij vaak net te laat, moest hij in duel met de spits, waardoor weleens een penalty of een gevaarlijke situatie voor zichzelf ontstond. En door zijn gebrek aan lengte, gecombineerd met zijn uitgangspositie, kwam hij vaak niet bij de hoeken. Het eerste seizoen hebben we hem op de bank gehouden; hij moest wennen aan de manier van spelen in Nederland en daar zijn we op gaan trainen. Hij pakte het op en na dat volgende seizoen werd hij zelfs gekozen tot keeper van het jaar in de Eredivisie.’

Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
‘Dat heeft hij zelf gedaan. We hebben hem er alleen bij geholpen. Als je heel het jaar op de bank zit en daarna keeper van het jaar wordt, ben je mentaal enorm sterk. Dat was hij dus. Daarnaast leerde hij heel goed om tactisch vanuit een andere positie te keepen en situaties te herkennen. Daarbij stond ik veel achter zijn doel om hem te helpen bij het coachen en het kiezen van positie. We spraken ook af dat hij tijdens zowel wedstrijden als trainingen bij iedere hoge voorzet uit zijn goal moest komen om te proberen de bal te pakken. Hij mocht van mij en de andere trainers fouten maken. Als hij bij de volgende voorzet maar weer zou komen. Hierdoor kreeg hij van ons het vertrouwen en hij zelf zoveel zelfvertrouwen, dat hij zelfs de meest onmogelijke ballen ging pakken. Het is jammer dat hij al snel veel last kreeg van zijn knie en rug en daarna nooit meer helemaal 100% fit was.’

DSC07319

Ruud Hesp zit op zijn praatstoel, en Dion op zijn vraagstoel…

Je combineerde je baan bij FC Groningen met een baan als keeperstrainer bij het Nederlands elftal. Waarom?
‘Bij FC Groningen had ik het erg naar mijn zin, maar miste ik de echte top. Als je met FC Groningen een wedstrijd verliest, kan dat gebeuren en richt je je op de week erna. Als je in de top traint, moet je altijd winnen. Verliezen is not done. Bij het Nederlands elftal had ik de kans om in die top te werken.’

Dus toen Philip Cocu belde of je bij PSV keeperstrainer wilde worden…
‘Hoefde ik inderdaad niet lang na te denken. Plezier is altijd een grote drijfveer van mij geweest, maar ik wil ook altijd het hoogst haalbare. Bij PSV, een Nederlandse topclub, heb ik de combinatie van het moeten presteren en plezier. Als je bij PSV werkt, weet je dat je altijd moet presteren. Hierdoor leggen trainers en spelers de lat hoog voor zichzelf en voor anderen en groeit iedereen. We zijn afgelopen jaar kampioen van Nederland geworden en spelen dit jaar Champions League. En ik train met een aantal heel interessante en getalenteerde keepers in de Eredivisie.’

Je bedoelt onder andere Jeroen Zoet?
‘Zeker. Ik vind Jeroen op dit moment een van de beste keepers van de Eredivisie. En dat baseer ik op de reddingen die hij gemaakt heeft op het moment dat het beslissend en nodig was. Dus niet bij een 4-0 voorsprong. Jeroen heeft zich in de afgelopen twee seizoenen uitstekend ontwikkeld’.

Je hebt ooit gezegd dat Zoet wel wat meer lef mag uitstralen.
‘Dat klopt. Dat vindt Jeroen zelf ook. Sowieso vind ik dat de keepers van nu zich wat meer mogen laten gelden. Naar zichzelf en naar teamgenoten. Als je op het veld staat, moet je eisen dat iedereen er alles voor doet om te winnen en de gemaakte afspraken nakomt. En als keeper speel je daar een hele belangrijke rol in.’

Doet hij dat niet dan?
‘Jeroen doet dit steeds meer. Je moet vertrouwen en ervaring krijgen om dat te kunnen doen. Hoe ouder je wordt, hoe makkelijker dat gaat. Dan ga je situaties herkennen en weet je wat je ermee moet doen. Vorig seizoen maakte Jeroen voor de winterstop een paar foutjes, maar hij herstelde zich in die wedstrijden steeds uitstekend. Hierdoor had hij uiteindelijk een belangrijke inbreng in het kampioenschap. Door deze ervaringen is Jeroen ook steeds meer aanwezig, zowel in als buiten het veld.

Vorig seizoen hijgde Remko Pasveer in de nek van Zoet. Heb je getwijfeld over een wissel?
‘Voorop gesteld: de hoofdtrainer is degene die een uiteindelijke beslissing neemt. Je moet bij een topclub drie goede keepers hebben die elkaar prikkelen. Bij ons zijn dat Jeroen Zoet, Remko Pasveer en sinds dit seizoen Luuk Koopmans. Zij moeten elkaar scherp houden en beter maken. En dat gebeurt bij PSV. Ik vind dat je een keeper niet te snel moet wisselen, ook niet in de rust als je vindt dat hij slecht keept. Fouten maken gebeurt. Pas als een keeper aan zichzelf begint te twijfelen en dit doorstraalt naar het elftal, moet je als trainer ingrijpen. Remko speelde in de wedstrijden die hij in het eerste speelde uitstekend, maar Jeroen ging daardoor niet anders keepen. Hij werd zelfs sterker. Hierdoor zagen we dat hij mentaal groeide. En dit seizoen trekt hij die lijn door.’

Ruud Hesp PSV

Ruud Hesp samen met trainer Phillip Cocu en oud-assistent Ernest Faber

Hoe maak je keepers mentaal sterker?
‘Ik praat veel met de keepers over situaties die zich in een wedstrijd voordoen en we bekijken veel beelden terug van zelf gespeelde wedstrijden maar ook van andere keepers. Pas echt mentaal sterk word je als je tegenslagen krijgt in de wedstrijd en daarmee om leert gaan. In een training probeer ik deze tegenslagen soms te creëren. Ik neem dan foute beslissingen of probeer de ballen zo te trappen dat ze er net niet bij kunnen. Of ik schiet te snel waardoor ze een tweede bal niet kunnen hebben. Hierdoor probeer je de keepers in een teleurstelling te brengen en moeten ze zorgen dat ze rustig blijven, focus houden op wat ze moeten doen en het maximale eruit halen.’

Had jij de concurrentie van Jeroen Zoet gewonnen als jij zo oud was als hij?
‘Ik herken veel van mezelf terug in Jeroen. Hoe hij nu is, was ik ook toen ik begon. Toch is Jeroen verder dan ik was op zijn leeftijd. Hij heeft ook het voordeel dat hij al bij PSV speelt. Ik speelde bij Haarlem en ging daarna naar Fortuna Sittard. Dat waren toen geen kleine clubs, maar ook geen topclubs. Daarnaast heeft Jeroen al interlandervaring. Hij had de concurrentie dus waarschijnlijk gewonnen, maar als ik even oud zou zijn, zou ik keihard vechten om hem uit de basis te keepen!’

Welke andere keepers vallen jou op dit moment op in de Eredivisie?
‘Ik vind Sergio Padt van FC Groningen een sterke keeper. En Warner Hahn en Eloy Room vind ik ook interessante keepers. Ik had hoge verwachtingen van oud-Groninger Marco Bizot. Helaas is hij bij Racing Genk op de bank beland.’

En buiten de Eredivisie?
‘De beste keeper op dit moment is voor mij Manuel Neuer, zonder twijfel. Hij is de ideale moderne keeper: hij is goed in de goal en heeft een snelle reactie. Daarnaast durft hij voor zijn goal te spelen, heeft hij een goed dieptespel en kan hij goed meevoetballen. En dan heeft hij ook nog een goede worp.’

Dus met hem zou je graag willen werken?
‘Nou, het had niet veel gescheeld of ik had al met hem gewerkt. Toen ik met Huub Stevens bij Roda JC zat, werden we op een dag gebeld door Olivier Reck van Schalke ’04, met de vraag of wij ene Manuel Neuer wilden huren. We zijn toen naar hem gaan kijken.’

Waar let je dan op?
‘Als je een keeper gaat bekijken, kun je er het best voor zorgen dat je al bij zijn warming-up bent om te kunnen zien of hij potentie heeft. Zo deden we dat ook bij Manuel Neuer. Hij was toen nog heel jong, maar had toen al precies dezelfde speelstijl als nu. Hij is nu alleen nog breder en sterker. We wilden hem graag hebben, maar helaas kwam Roda JC er financieel niet uit met Schalke. Maar Manuel Neuer had dus bijna bij Roda JC onder de lat gestaan… ‘

Wat is the big five aan eigenschappen die een keeper moet bezitten?

  1. Hij moet betrouwbaar en stabiel zijn; spelers moeten op hem kunnen rekenen. Moet daarvoor ook technisch (zowel met de handen als met de voeten) onderlegd zijn.
  2. Hij moet mentaal sterk zijn; hij laat zich door niks of niemand beïnvloeden.
  3. Hij heeft lef en geen angst. Bij iedere voorzet die komt, denkt hij: als ik kan, dan kom ik. Angst en teleurstelling verbergt hij. Hij trapt dus geen ballen weg bij een tegengoal.
  4. Hij heeft spelinzicht; hij kiest goed positie en bespeelt de ruimte.
  5. Hij is fit, zowel fysiek als mentaal. Hij is snel, lenig en technisch en laat zich tegelijkertijd niet gek maken.

Nog even terug naar je eigen carrière: hoe bereidde jij je eigenlijk voor op een wedstrijd?
‘Ik was redelijk nuchter en had niet echt rituelen of bijgeloof. Ik deed gewoon mijn warming-up zonder poespas. Op de avond voor een wedstrijd deed ik wel éé ding ter voorbereiding: ik speelde in mijn hoofd de wedstrijd af die ik de volgende dag zou spelen. Ik was dan de beste keeper van de wereld. Zo ging ik altijd met een positief gevoel de wedstrijd in.’

Wat was jouw zwakte als keeper?
‘Ik was nou niet bepaalde de allersnelste of -lenigste keeper ter wereld…’

En wat was jouw sterke punt?
‘Omdat ik niet de allersnelste was, moest ik wedstrijden kunnen lezen. Ik kon situaties goed vooruit zien waardoor ik bepaalde situaties af kon dwingen door te coachen of door mijn positie aan te passen. Jonge keepers beseffen soms niet hoeveel invloed ze kunnen hebben op een situatie die gaat plaatsvinden, door bijvoorbeeld alleen maar de handen omhoog te doen, een bepaalde positie in te nemen, te coachen en te laten zien dat ze er zijn.’

Wat vind jij de mooiste redding die ooit gemaakt?
‘Dat was de redding die Hans van Breukelen maakte, uit tegen Hongarije, in de aanloop naar het WK 1986. Nederland moest winnen om zich nog te kunnen plaatsen voor het WK. Vlak voor tijd kopt een Hongaar de bal vanuit een corner direct op de goal, maar Van Breukelen tikt de bal in een reflex over het doel. Nederland won hierdoor met 0-1 door het stiffie van Robbie de Wit. Het is misschien niet de allermooiste redding ooit, maar ik vind deze redding zo mooi omdat ‘ie tegelijkertijd zo belangrijk was.

Wie was vroeger jouw idool?
‘Ik keek op tegen twee keepers: Piet Schrijvers en Michel Preud’homme. Schrijvers, omdat hij zo’n imposante keeper was. En Preud’homme omdat hij altijd zo mooi en stijlvol keepte. Hij liet het keepen er altijd heel makkelijk uit zien, terwijl het dat helemaal niet is.’

Tegenwoordig ben je keeperstrainer bij PSV. Hoe ziet een doorsnee dag eruit?
‘Spelers en trainers komen ’s ochtends tussen 8.30 en 9.30 op de club. Alle spelers hebben hun eigen krachtprogramma waarmee ze dan starten. Van 10.30 tot 12.30 trainen we. Tijdens die training ben ik veel bezig met de drie selectiekeepers. Om 13.30 gaan we aan tafel voor de lunch en daarna, afhankelijk van het wedstrijdprogramma, trainen we nog een keer of gaan spelers individueel aan de gang. Vaak kijk ik met de keepers op zo’n middag nog naar wedstrijdbeelden. Samen analyseren en bespreken we acties. Eén keer per drie weken hebben we ook nog POP-trainingen. Dit zijn trainingen waarbij talentvolle B- en A-junioren mee mogen trainen op het hoogste niveau, zodat zij kunnen proeven aan het betaalde voetbal.’

En wat doe je als je niet op het veld staat?
‘Ik heb veel contact met de andere keeperstrainers Abe Knoop en Stefan Toonen over de ontwikkelingen van al onze keepers. Samen hebben we het keepersleerplan van PSV geschreven, waarin beschreven staat wat we van een keeper van PSV verwachten, wat hij moet kunnen, hoe we dat begeleiden en welke trainingsvormen je dan het best kunt hanteren. Samen bereiden we wedstrijden voor en analyseren we wedstrijden. Ik ben in principe ook iedere wedstrijd van Jong PSV aanwezig om te kijken hoe de keepers het doen.’

Wanneer ben je als keeper uitgeleerd?
‘Nooit. Ik leer zelf ook nog, ook van de jeugdkeepers. Het voetbal verandert, dus het keepen ook. Ik praat veel met andere keeperstrainers en heb alle, ook technologische, middelen tot mijn beschikking. En dat is erg fijn werken. Toen ik de keepersopleiding ‘Keepercoach Pro’ volgde, hadden we een dag bij Stefan Postma, toen keeperstrainer bij AGOVV. Hij had daar helemaal geen middelen tot zijn beschikking. Ja, nog net een paar ballen. Dan leer je pas echt hoe je met minimale middelen keeperstraining moet geven.’

Op het trainingsveld van PSV zijn op het veld gebogen kalklijnen getrokken tussen de palen en vanaf de palen rechte lijnen naar de 5-meterlijn. Waarom is dat?
‘Dat zijn de positielijnen van de keeper. Zijn ‘werkgebied’. Ik zie nog regelmatig gebeuren dat een keeper volledig verkeerd staat opgesteld. Door deze lijnen probeer ik ervoor te zorgen dat onze keepers automatisch goed positie kiezen. Bij een voorzet vanaf de zijkant moeten onze keepers bijvoorbeeld niet voorbij de eerste paal komen, want als dan de voorzet komt, zijn ze uit positie. Door met deze lijnen te werken, maken we onze keepers bewust van waar ze staan, zodat ze dat later onbewust goed doen.’

DSC07324

Ruud legt Dion uit waar je als keeper moet staan…

Zo te horen zit je wel op je plek bij PSV…
‘Dat heb je goed gezien. Ik werk hier iedere dag met veel plezier met hele goede en interessante keepers en leid daarnaast samen met mijn collega’s uit de opleiding talenten voor de toekomst op. Aan deze jongens wil ik graag mijn ervaring overbrengen. Wat daarna komt, zien we wel. Zolang ik op het veld kan staan, wil ik het hoogst haalbare.’

Ter afsluiting: heb jij nog een tip voor jonge keepers?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*