• Home
  • /Interview
  • /Interview met Maarten Arts: ‘Keepers, doe een pasje naar achteren!’

Interview met Maarten Arts: ‘Keepers, doe een pasje naar achteren!’

Maarten Arts is een van de keeperstrainingsgoeroe’s van Nederland. Hij was er als keeperstrainer van FC Utrecht medeverantwoordelijk voor dat Michel Vorm het Nederlands Elftal haalde, is bekend van zijn boeken en DVD’s, zijn keeperswebshop Uhlsportkeepers.nl en zijn keeperscursussen, keepersdagen en keeperskampen. Een gesprek met een man vol passie voor het keepersvak.

Maarten, je bent nu vooral bekend als keeperstrainer en trainer van keeperstrainers. Maar hoe zag jouw eigen keeperscarrière er eigenlijk uit?

‘Ik ben op mijn 6e bij SIOL in Katwijk (bij Cuijk) gaan keepen en heb daar tot mijn 25e gespeeld. Vanaf mijn 18e stond ik in het eerste dat 4e klasse speelde. Ik was in die tijd echter meer met muziek bezig dan met keepen; ik was zanger/gitarist in de band Filter met wie we zelfs een plaat hebben gemaakt. Op mijn 25e ging ik naar Achilles ’29 in de hoofdklasse waar ik 3 jaar in het eerste gespeeld. Toen naar Venray, waar ik ook 1e keeper werd. In mijn 3e wedstrijd scheurde ik toen mijn kruisband af. Ik ben nog wel teruggekomen, maar ik voelde dat het niet meer optimaal zou worden. Toen ik – op mijn 29e – hoofdtrainer kon worden van 4eklasser IJsselstein heb ik daarvoor gekozen. Daarna ben ik nog hoofdtrainer geweest van SML en Venray, waar ik de jongste trainer van de hoofdklasse werd.’

Wanneer ben je je gaan toeleggen op het keeperstrainersvak?

‘Jan Pruijn – toenmalig trainer bij NEC- vroeg me in 1995 als keeperstrainer mee te gaan naar een voetbalkamp in Amerika. Later – toen hij daar inmiddels technisch directeur was- haalde hij mij als keeperstrainer. Na Fortuna Sittard, werd ik in 1997 gebeld door Hans van Breukelen die toen directeur technische zaken van FC Utrecht was. René Stam – nu keeperstrainer bij Ajax – was daar tweede keeper en keeperstrainer, maar hij kreeg een liesbreuk. Op zoek naar een nieuwe keeperstrainer kwam Van Breukelen bij mij terecht. Die samenwerking beviel goed, waarna mijn contract werd verlengd en dat van Stam niet. Maar ik was gymleraar en had op school een contract voor onbepaalde tijd; bij FC Utrecht kon ik voor 3 jaar tekenen. De mensen in het onderwijs verklaarden me voor gek, maar voor mij was dat een mooie en logische stap.’

Maarten Arts met Michel VormIn 2008 werd je – samen met 3 andere assistenten – na een elfjarig dienstverband opeens op non-actief gesteld

‘Dat heb ik toen aangevochten en de rechter was het met me eens. Maar de toenmalige hoofdtrainer Ton Du Chatinier vertelde me dat ik niet meer met Michel Vorm mocht trainen, dat ik een dag voor de wedstrijd niet meer mocht komen en dat ik een schema kreeg wat ik door de week allemaal moest doen. Ik had dat weer aan kunnen vechten, maar daar zou niemand beter van geworden zijn. Ik heb toen gekozen mijn contract te laten ontbinden.’

Enorm zuur, lijkt me dat.

‘Het op non-actief stellen van mij was natuurlijk volkomen onterecht: Michel Vorm haalde in dat jaar het Nederlands Elftal, we hadden 3 zelf opgeleide keepers bij het eerste elftal en 3 keepers uit de jeugd zaten bij het Nederlands Elftal.’

Ben je bij de pakken neer gaan zitten?

‘Nee, zeker niet. Dit gaf me de kans om mijn horizon weer te verbreden. Ik ben bij betaalde clubs in binnen- en vooral ook buitenland in de keuken gaan kijken, werd door mijn boek en dvd bij clubs uitgenodigd om presentaties te geven en ik kon mij weer verder ontwikkelen. Ik kreeg wel aanbiedingen, maar ben daar in het begin niet op ingegaan. Ik kon onder andere naar de Bundesliga en naar een aantal Nederlandse clubs. Pas toen ik weer echt zin had om dagelijks op het veld te gaan staan en Henk ten Cate kwam, was ik geïnteresseerd. Samen met hem en Mike Snoei ben ik in 2010 naar Umm-Salal in Qatar gegaan.

Wat is het verschil tussen het keeperstrainerschap in Nederland en Qatar?

‘Het werk is hetzelfde: je probeert de keepers naar een hoger niveau te krijgen. Maar het niveau is in Qatar wel een stuk lager dan in Nederland. Het is dan de kunst om keepers binnen hun mogelijkheden op hún topniveau te krijgen.’

Hoe lang heb je in Qatar gewerkt?

‘Nog niet eens een jaar. Na dik een half jaar werd Henk ontslagen; assistent Mike Snoei en ik bleken te mogen blijven. Na een paar maanden hebben we ons contract toch maar laten ontbinden. Na 2 maanden in Nederland kwam Frank Rijkaard die het nationale elftal van Saoedi-Arabië onder zijn hoede had. Daar heb ik bijna 2 jaar gezeten. Sinds een klein jaar ben ik weer terug in Nederland.’

Maarten Arts in Saoudi Arabie

Maarten Arts in Saoudi-Arabie

Waar ben je nu mee bezig?

‘Ik organiseer keepersdagen, geef veel cursussen, ben druk met de 10 keepersscholen door het hele land heen, heb de webshop Uhlsportkeepersl.nl en ga veel bij clubs kijken. Zo ben ik de laatste maanden bij Tottenham, Westham en Chelsea in Engeland geweest en ook bij Club Brugge, Benfica en Bayern Leverkusen. Ook heb ik nu de tijd om de keepers te bezoeken die bij Uhlsport – waar ik alweer 10 jaar sponsor-manager in Nederland ben – onder contract staan.’

Waarin verschillen jouw keeperstrainercurssusen van die van de KNVB?

‘Ik ben het ingrijpend oneens met de visie van de KNVB. In Zeist vinden ze dat de keeper onderdeel van het elftal is en dat hij dus niet specifiek – technisch – hoeft te trainen. De profkeeperstrainerscursus bij de KNVB is volgens mensen die ‘m gedaan hebben een veredelde versie van Oefenmeester 1, waar vooral over systemen gesproken wordt. Dat is natuurlijk ook belangrijk, maar je mag in mijn ogen niet aan de techniek voorbij gaan. In mijn cursussen gaan we het pas op de tweede avond gaan we over tactiek hebben.’

Wat is jouw visie op het keepersschap dan?

‘Keepen is een specialisme. Net als bij alle sporten is techniek de basis. De techniek is bepalend. En zonder techniek is er namelijk geen tactiek. Je kunt een keeper wel vertellen hoe hij moet gaan staan bij een voorzet, maar als hij niet weet met welk been hij af moet zetten of hoe hij zijn handen moet houden dan heeft dat geen zin. Het is hetzelfde als wanneer je een kind in het water gooit en zegt dat hij moet gaan waterpoloën, zonder dat het kan zwemmen.’

Hoe kun je bepalen of een keeper de top haalt of niet?

‘De zaken die het minst trainbaar zijn, bepalen uiteindelijk waar de top van een keeper ligt:

  • Is een keeper bereid om hard te werken en in zichzelf te investeren? Is een keeper bezeten en weet hij bijvoorbeeld alles van zijn materiaal en de tegenstanders?
  • Is een keeper moedig? Het heeft geen zin om tijd te investeren in het aanvallen van de bal – dus met de handen naar de bal – in een 1 tegen 1 situatie, wanneer je keeper angstig is.
  • Hoe is je zelfbeeld? Je hebt keepers die na 2 fouten en 3 reddingen zeggen dat ze lekker gekeept hebben. Dat wordt nooit een topkeeper.
  • Hoe presteer je onder druk? Kun je jezelf focussen en heb je rust in je hoofd. Kun je voorkomen dat 2 wedstrijden na elkaar fouten maakt? Harald Wapenaar en Michel Vorm konden zich zo focussen dat hen dat nooit gebeurde.
  • Hoe zit het met het fysieke aspect? In het betaalde voetbal moet je minimaal 1.85 meter zijn. Je kunt als profclub beter energie steken in iemand die minder getalenteerd maar groter is dan een jongen die nooit de 1.80 meter zal bereiken. Bij FC Utrecht zijn we in de C-jeugd handmetingen gaan doen om te kijken hoe groot die jongens zouden worden. Daardoor hebben we een aantal getalenteerde keepers moeten wegsturen. Dat klinkt hard, maar bij een club in het linkerrijtje van de Eredivisie, is het wel een opleiding tot miljonair.’

Hoe kunnen amateurclubs voor goede keepers zorgen?

‘Door hun keepers positief te benaderen. Ik vind namelijk dat keepers in de jeugd vaak te negatief bejegend worden. Keepertjes beginnen heel enthousiast, maar als ze een paar keer een fout hebben gemaakt krijgen ze gezeur te horen. Keepers worden beoordeeld op hun fouten, aanvallers op wat ze goed doen.  Maak je jeugdkeepers belangrijk: maak ze altijd aanvoerder, geef ze een paar mooie keepershandschoenen en laat de keeper van het eerste een paar keer training geven. Dan heb je al een hele andere benadering.’

Vind je dat jeugdteams vaste keepers zouden moeten hebben?

‘Nee. Ik vind dat je tot aan de D niet met een vaste keeper zou moeten spelen; ouders houden zich dan gedeisd omdat ze weten dat hun kind de volgende week onder de lat ‘moet’. Daarbij: je toekomstige keepers leren te voetballen, Tachtig procent van de Nederlandse topkeepers is bij toeval in het doel terecht gekomen. Van een goede voetballer is heel makkelijk een goede keeper te maken: hij heeft al een aantal belangrijke basiseigenschappen zoals gedrevenheid en een goede motoriek. Techniek en tactiek kan hij vervolgens aanleren.’

Wie is de beste keeper van de wereld?

‘Dan moet je het vak in onderdelen gaan opdelen. De primaire taak van een keeper is ballen tegenhouden. Dan kom ik bij een Cech en Neuer, die geweldig zijn op de lijn. Als het gaat om presteren onder druk en op het juiste moment de ultieme redding maken, dan denk ik aan Casillas: die staat er altijd wanneer het moet. En kijk je naar de spelvoortzetting, dan denk ik aan Valdes. Maar laat ik voorop stellen dat zelfs in de top keepers altijd punten hebben die voor verbetering vatbaar zijn…

Ik mis de Nederlandse keepers in je antwoord…

‘Nederlandse keepers zijn goed in het meevoetballen en in het spel verplaatsen. Maar op de lijn is het geen internationale top. Nederlandse keepers zijn meer dan gemiddeld allround. En natuurlijk is dat een voordeel, maar in de top gaat het erom dat je op de cruciale momenten de ballen tegenhoudt.’

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Nederlandse keepers wel top worden?

Zolang keepers in Nederland spelen, kunnen ze niet top worden. De druk en de noodzaak om alles ervoor te doen om de top te bereiken is bij ons gewoon niet aanwezig. Er moet meer druk op onze keepers gelegd worden. Maarten Stekelenburg heeft in de jeugd bij Ajax nooit met echte tegenstand te maken gehad; het is hem altijd gemakkelijk afgegaan. Hoe je voor weerstand kunt zorgen? Door keepers eerder in een hoger elftal te plaatsen of op de training weerstandselementen in te bouwen. Of laat ze in de jeugd bij oefenwedstrijden bij de tegenstander meespelen; dat deed ik bij FC Utrecht ook.’

‘Keepers op het hoogste niveau in Nederland zouden op de training ook meer fysieke arbeid moeten leveren. In Duitsland valt me altijd op dat die keepers zo enorm explosief zijn. Dat is pure training: ze springen daar al vanaf hun 5e over pionnen en poortjes heen. In Nederland vragen wij ons af wat dat met keeperstraining te maken heeft. Maar wanneer je sprongtraining integreert in je training en er altijd een bal aan te pas komt, dan zorgen dergelijke trainingsvormen voor zowel lichamelijke als geestelijke prikkels.’

Wat is een goede keeperstrainer?

‘Dat is die keeperstrainer die ervoor zorgt dat zijn keepers een zo hoog mogelijk niveau halen. Daar heb je kennis van keepen voor nodig, je moet zien wat er fout gaat en je moet de creativiteit hebben om dat wat je wilt verbeteren om te kunnen zetten in oefenstof.’

Een keeperstrainer is ook een soort psycholoog. Elke keeper is namelijk anders. Grofweg kun je keepers in 2 typen onderverdelen. Die twee soorten keepers hebben een eigen benadering nodig.

  1. De lerende keepers: intelligente personen die je verbeterpunten aan kunt geven en met wie je kunt praten over wat er fout en goed gaat. Ze snappen wat je bedoelt. Michel Vorm en Harald Wapenaar zijn daar goede voorbeelden van.
  2. De intuïtieve keepers: gasten die doen wat er in hen opkomt. Als je die gaat overladen met informatie maak je ze alleen maar onzeker. De keeper van Saoedi-Arabië waar ik mee gewerkt heb was daar een voorbeeld van. We speelden uit tegen Spanje en dan weet je dat je veel vrije trappen tegen krijgt. We hebben het de hele week over zijn positie gehad bij vrije trappen en er op getraind. ‘Yes, coach, yes, coach’, zei hij telkens. Maar bij de eerste de beste vrije trap van Xavi staat hij helemaal verkeerd. Met dat soort keepers moet je niet teveel praten; die moet je lekkere ballen geven, zodat ze zich goed voelen. Veel werken dus binnen hun comfort-zone.’

Heb je nog meer tips voor keeperstrainers?

‘Heb passie voor wat je doet. Of ik nu met Michel Vorm train of met een keepertje bij een keeperschool, het maakt mij niet uit. In de basis is het werk hetzelfde. Maar ik zie genoeg trainers en keeperstrainers die het eerste elftal als hoogste goed zien en de jeugd als minderwaardig. Dat vind ik gek. Een andere tip: ben tijdens je trainingen niet alleen bezig met de tekortkomingen van je keepers, maar juist ook met hun sterke punten. Dat is veel leuker en motiverender. Zeker bij amateurclubs waar je weinig tijd en trainingssessies hebt om gericht met je doelman te werken, moet het plezier en het versterken van de sterke punten in mijn ogen voorop staan.’

Hoe moeten hoofdtrainers met hun keepers omgaan?

‘Ze moeten zich er in ieder geval niet vanaf maken door te zeggen dat zij geen verstand van keepen hebben. Ze weten alleen niets over de techniek van keepers; dát moeten ze aan de keeperstrainer overlaten. De keeper is een van de belangrijkste leden van het team. Een hoofdtrainer is ook degene die de keeper wel of niet opstelt. Elke hoofdtrainer kan heel goed beoordelen of een keeper goed traint, goed coacht en een positieve rol in het team vervult. Bovendien zal de hoofdtrainer die interesse toont in de keeper en zijn trainingen, dit terugbetaald krijgen door een grote portie loyaliteit!’

Heb je nog een tip voor keepers in het algemeen?

‘Ik vind dat veel keepers bij schoten veel te ver naar voren staan opgesteld. Als een speler vanaf een meter of 20 gaat schieten, dan is de traditionele denkwijze van keepers en keeperstrainers dat zij de hoek moeten verkleinen door naar voren te komen. Maar heb je dan controle over de ruimte achter je? Nee dus. Heb je controle wanneer de bal binnenkant voet om je heen gekruld wordt? Nee, ook niet! Ik wil juist dat keepers dicht bij de lijn staan. Daarmee vergroot je de reactietijd en heb je controle. Bij tennis is het toch niet anders? Daar staat degene die de eerste service ontvangt altijd een paar meter achter de baseline. Waarom zou dat bij ? Het werkt gewoon weet ik uit mijn eigen ervaring. Mede hierdoor hebben Michel Vorm en ook een aantal jeugdkeepers bij FC Utrecht het Nederlands Elftal gehaald. Want wanneer je alle houdbare ballen pakt val je vanzelf op!

Is er verschil tussen keepen in verschillende landen?

‘In elke competitie ter wereld, ongeacht op welk niveau, speel je als keeper veel meer ballen met de voet dan met de handen. Dus ook al word je afgerekend op de goals die je tegen krijgt, kan het toch niet zo zijn dat je op de keeperstraining niets met je voeten doet. En dat is wat je in het buitenland veel ziet. Ik vind dat keepers in staat moeten zijn om een terugspeelbal met hun goede én slechte voet te verwerken. Aan de andere kant: ik vind het zonde om daar in mijn trainingstijd geïsoleerd mee bezig te zijn. De basis is huiswerk: pak een bal en ga tegen een vanghek aan trappen. Of zet een doel in het midden wanneer je met z’n tweeën bent. André Krul en Wesley de Ruiter hadden bij FC Utrecht allebei maar 1 sterk been, maar aan het einde van het jaar waren ze beter tweebenig dan alle andere spelers van het tweede.’

Je bent de laatste tijd veel bij andere keeperstrainers gaan kijken. Wat neem je daarvan mee?

‘Ik kijk vooral naar hoe dingen georganiseerd zijn. Zo was ik laatst bij Benfica en daar zag ik dat die keeperstrainer elke training op video opneemt. Dat wil niet zeggen dat je alles moet gaan terugkijken, maar soms gebeuren er dingen op de training of in de wedstrijd die je heel graag zou willen terughalen. Zo’n camera kost bijna niets meer; zet ‘m achter de goal en je hebt zoveel informatie.’

Wat valt je nog meer op bij anders keeperstrainers?

‘In Engeland valt me op hoe slecht de trainingen in elkaar zitten. Ik vind het niet zo gek dat daar zo weinig goede keepers naar voren komen. Als je met 6 keepers tegelijkertijd traint, die om en om een bal moeten pakken, dan sta je meer stil dan dat je echt bezig bent. Laat die jongens ballen pakken. Train met minder keepers of doe de oefeningen in stroomvorm en verlaag zo het aantal herhalingen per keeper in het doel. In de jeugd bij FC Utrecht werkte ik altijd met 4 keepers en trapte ik zelf geen bal. Laat ze het maar zelf doen. Zo zie je als trainer ook nog eens veel beter wat er gebeurt. Als ik zelf moet trappen is er namelijk altijd een moment dat ik naar de bal moet kijken.’

Heb jij nog tips voor keeperstrainers op amateurniveau?

‘Breng structuur aan in je werk. Dat hoeft geen jaarplanning te zijn, maar breng alle keepersvaardigheden in kaart en zorg voor cycli waarin die vaardigheden regelmatig terugkomen. Zo ben je continu bezig om je keepers verder te ontwikkelen. Een andere tip: zorg altijd voor een link met de wedstrijd. Als ik met topkeepers werk en ik scoor 1 keer, dan geef ik ze nog een kans. Scoor ik daarna weer dan moeten ze 10 keer opdrukken. Zo creëer je druk en zorg je ervoor dat ze wanneer ze op de training een bal loslaten er direct een vervolgactie komt . Je zorgt zo voor een automatisme waardoor ze in de wedstrijd ook direct voor de tweede bal gaan. En de laatste tip: ga regelmatig kijken bij de keepers die je traint ; anders wordt je training een soort bezigheidstherapie. De wedstrijd is altijd hét examen.

2 thoughts on “Interview met Maarten Arts: ‘Keepers, doe een pasje naar achteren!’

  1. Ed Steffers

    Helemaal met wat in het interview staat eens. De visie dat het begint met techniek moet in nederland veel duidelijker aan bod komen. Zelf hanteer ik dit ook mijn hele leven in de sportben de trainingen. Wat betreft de keeperscursus van de knvb kan ik alleen spreken over deveerdte cursus, die was waardeloos. De keeper wordt daar niet beschouwd als specialist.
    Dan nog het belangrijke punt dat keepers dichter bij hun lijn moeten acteren. Helemaal mee eens. Ook daar moet veel meer aandachtbvoor zijn. In mijn omgeving vindt iedereen dat maar vreemd. Gelukkig accepteren de keepers die ik train dit wel.
    Ik ben niet zo’n schrijver maar mijn gevoel zegt dat ik op dit interview positief moet reageren.
    Met vriendelijke groet, Ed Steffers.

  2. Leuk verhaal van Maarten, echter ben ik van mening dat als een keeper vanuit het hart van de bal keept, en zijn doel op het juiste moment verkleint, de kans op het ballen pakken vele malen groter is als dat men vanuit achteruit ! Keept daar waar elke hoek te groot is om te verdedigen ! Een van de beste keepers op dit moment Nuer zie je perfect zijn doel verkleinen alsmede meevoetballen ! Dit voetballen doet hij ook niet van achteruit daar hij anders vaak te laat zal zijn , door vooruit te keepen zul je geconcentreerder moeten zijn en een hogere handelingssnelheid moeten hebben, maar dit bepaald of je de absolute top zal halen, en trots zijn op doorgebroken spelers en keepers is leuk , maar realistisch gezien krijgen ze bij bvo clubs wel de beschikking over de betere materialen en talenten, het enige wat er dan nog rest is de kleine punten aanhalen want talent hebben ze al , alleen is het zaak om de juiste snaar te raken om ze te verbeteren ! Ook vanuit de jeugd gezien is het leuk als men zegt zo je kunt echt zien dat hij/ zij beter is geworden onder jou ! Leuk maar realistisch gezien zal een kind van 8 jaar anders reageren en spelen dan op 15 jarige leeftijd ! Dit heet ervaring en groei van het lichaam. Dus al met al heeft men talent zal men verkomen en zal de inbreng van trainers gebaseerd zijn uit vertrouwen niets meer en minder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*