• Home
  • /Interview
  • /Interview met Ruud Swinkels: ‘Ik wil belangrijk zijn’
Interview met Ruud Swinkels: ‘Ik wil belangrijk zijn’

Interview met Ruud Swinkels: ‘Ik wil belangrijk zijn’

Ruud Swinkels is dit seizoen terug in Tilburg. Bij amateurvereniging Audacia werd hij op zijn 8e opgepikt door Willem II waar hij alle jeugdelftallen als 1e keeper doorliep. Na drie jaar in het eerste team van verschillende amateurclubs te hebben gespeeld, belandde hij bij FC Eindhoven. Al snel groeide hij in de Jupiler League uit tot een betrouwbare keeper. Na drie seizoenen werd hij een half jaar derde keeper bij PSV, trainde hij een week mee met ADO Den Haag, keepte hij twee maanden in de voorbereiding bij Cambuur om uiteindelijk weer bij de club te belanden waar zijn profcarrière begon: Willem II.

Hoe voelt het om alweer zo snel terug te zijn in Tilburg?

‘Het voelt apart. De laatste vijf á zes jaar heb ik op de tribune gestaan om mijn broer Arjan Swinkels te supporteren, met uitzondering van één jaar toen we samen in de Jupiler League zaten. Maar het voelt ook vertrouwd en normaal. Ik heb het hier goed naar mijn zin en ben heel blij dat de trainer mij een kans wilde geven. Ik heb zelf contact gezocht met de trainer (Jurgen Streppel) met wie ik even daarvoor ook al een goed gesprek had gevoerd. Mijn contract was bijna rond, tot SC Cambuur langs kwam. Omdat ik het hoogst haalbare wil, koos ik voor Leeuwarden. Het liep daar alleen niet zoals ik verwacht had en na twee maanden vertrok ik weer. Omdat de competitie voor de deur stond, belde ik Jurgen. Binnen no-time stond ik onder de lat in Tilburg.’

Wilde je altijd al keeper worden?

‘Ik weet niet beter dan dat ik keeper ben. Van jongs af aan stond ik al met handschoenen aan op het veld. Ik trok die tijd erg naar mijn vader toe, die in die tijd met versleten knieën onder de lat stond bij het tiende van mijn dorpsclub Audacia. Het keepersvirus stak mij aan en daar stond ik dan: onder de lat in de F-jeugd van Audacia. Blijkbaar kon ik er wat van, want toen ik 8 was mocht ik naar Willem II.’

Wat is je eerste keepersherinnering?

‘Dan denk ik gelijk aan de tjoek bij mijn dorpsclub. Met zo’n ding kun je springen, vliegen en duiken zonder dat je iemand nodig hebt. Bij FC Eindhoven is de tjoek nog één keer voorbij gekomen. Pure nostalgie!’

De tjoek

De tjoek

Op welk moment dacht je: ik zou van keepen wel eens mijn beroep kunnen maken?

‘Ik heb altijd een lichte vorm van ADHD gehad, wat ervoor zorgde dat ik hele dagen kon blijven springen, vliegen, rennen en voetballen. Ik was met niks anders bezig dan voetbal. Het was in mijn eerste jaar in de B-jeugd dat ik voor de eerste keer dacht: ik zou weleens prof kunnen worden. Ik was in alle jeugdelftallen de eerste keeper, maar werd in de B ook nog eens geselecteerd voor het Nederlands elftal. Sindsdien heb ik nooit meer een ander doel gehad dan prof zijn.’

Hoe ga je nu om met die ADHD?

‘Op het veld ben ik nog steeds behoorlijk aanwezig. Als keeper moet je constant bezig zijn. Als je verdediging goed staat, hoef je niet in actie te komen. Veel van mijn energie gooi ik in het coachen en neerzetten van mijn verdedigers en daar kan ik mijn ei wel in kwijt.’

Na de jeugd van Willem II liep je carrière even vast…

‘Als er geen club is voor je is als je van de jeugd afkomt, kun je niet veel. Op een feestje sprak ik toen de trainer van een amateurclub in Tilburg: SC ’t Zand. Van hem mocht ik wel komen keepen. Langzaam kroop ik dichter naar het profcircuit. Ik ging naar de 1e klasse met Triborgh (nu SC Reeshof) en speelde in de hoofdklasse met UNA. In mijn tijd bij UNA werd ik gebeld door de trainer van FC Eindhoven, Jan Poortvliet, met de mededeling dat hij me wilde hebben als derde keeper. Ik heb meteen opgehangen. Hij belde niet terug. ‘Dat heb je lekker gedaan, Swinkels’, was mijn eerste gedachte. ‘Staat er een profclub voor je neus, wuif je ‘m weg.’ Ik hing op, omdat ik vastberaden was om eerste keeper te worden. Geen tweede keeper, geen derde keeper. Ik heb teruggebeld Poortvliet gezegd: ik word bij jullie eerste keeper. Al snel kreeg ik die kans.’

Al snel kreeg je de kans als eerste keeper…

‘Jurgen Hendriks raakte geblesseerd en ik mocht mijn debuut maken. We verloren met 8-0 en ik maakte een enorme blunder. Ik had me een betere start kunnen wensen, maar ik bewees me in de verdere competitie. We werden derde en ik was de op één na minst gepasseerde doelman van de Jupiler League.’

Na drie jaar liep je contract af…

‘Ik hoefde niet lang na te denken en verlengde niet. Ik vond dat ik klaar was voor de Eredivisie en wilde dus verder kijken. De stap van FC Eindhoven naar PSV lijkt op zich logisch: mijn trainer bij FC Eindhoven – Ernest Faber – kwam over van FC Eindhoven naar PSV, waar ze een derde keeper nodig hadden.’

Je hing meteen op?

‘Nee, ik was juist enorm blij met die kans. Ik ben realistisch: een keeper met mijn postuur (Swinkels is 1.80 meter) die bij FC Eindhoven keept – een team met de kleinste begroting van de Jupiler League – en de kans krijgt om bij PSV met bijvoorbeeld Mark van Bommel mee te trainen, moet die kans niet laten liggen. En ik weet dat ik het niveau aankan. Toen Kenneth Vermeer bij Ajax debuteerde, lachte iedereen hem uit vanwege zijn lengte. Hij bewees het tegendeel. Dat wilde ik ook.’

Wat is het verschil tussen FC Eindhoven en PSV voor een keeper?

‘Het niveauverschil tussen FC Eindhoven en PSV is enorm. In één van de eerste afwerkvormen bij PSV gingen er van de twintig ballen achttien in en twee over. Niet van de zestien maar van twintig meter. Ik dacht echt dat ik er niks meer van kon. Maar na twee maanden gingen er nog maar zes in en pakte ik er twaalf. Alles gaat veel sneller. Bij 4 tegen 4- partijtjes kwam ik eerst overal een stap te laat, ik rende als een dolle overal achteraan. Toen ik anders positie ging kiezen, hoefde ik niet meer veel te rennen. Bij FC Eindhoven kon ik heel ver uit m’n doel keepen, ook bij kleine partijtjes; bij PSV werd ik dan uitgespeeld aan alle kanten. Ik moest meer gaan keepen en in mijn doel blijven. Dat was een hele omschakeling.’

Is meevoetballen niet juist jouw kracht?

‘Ook bij PSV moet je meevoetballen, maar op een andere manier. Je bent een echte sluitpost. Daarnaast hoor ik zo vaak dat ik goed kan meevoetballen, maar ik ben in de basis nog steeds keeper. Ik sta in de goal omdat ik ballen kan vangen. Iedereen heeft het bij mij altijd over meevoetballen. Het is een fijne kwaliteit, maar uiteindelijk vind ik dat ik op mijn keeperskwaliteiten beoordeeld moet worden. Willem II is dit jaar  de minst gepasseerde ploeg; dat presteer je niet alleen maar met meevoetballen.’

Na een half jaar PSV vertrok je weer.

‘Ik had een halfjaarcontract. Een poosje heb ik heel dicht tegen het eerste aan gezeten, maar toen Dick Advocaat besloot te gaan wisselen tussen eerste keeper Tyton en tweede keeper Waterman wist ik dat er niks meer te halen viel als eerste keeper. Ik was gekomen als vervanger van de geblesseerde Nigel Bertrams. PSV had een 7-jarenplan opgesteld om een jeugdkeeper door te laten stromen naar het eerste, waardoor Nigel voorrang zou krijgen als hij terug zou keren van zijn blessure. Onze keeperstrainer Anton Scheuntjens ging hier heel fijn mee om. Voor hem was er geen nummer 1,2 of 3. Hij begeleidde iedereen en hield zich met iedere keeper bezig. Hierdoor voelde ik me op mijn plaats op de Herdgang.’

Na een weekje ADO stond toen SC Cambuur voor de deur.

‘ADO wilde me graag hebben voor een appel en een ei. Maar voetbal is mijn beroep. Als ik niet kan rondkomen van wat me geboden wordt, kom ik niet. Ik heb een weekje trainingskamp meegepakt en daarna contact opgenomen met Erwin Koeman, trainer van RKC. Bij hem mocht ik mijn conditie op peil houden. Willem II wilde me toen al graag hebben, maar toen Cambuur kwam, ging de liefde voor Willem II even opzij. Ik wil het hoogst haalbare en dat was op dat moment de Eredivisie.’

Swinkels met zijn concurrent Nienhuis

Swinkels met zijn concurrent bij Cambuur: Leonard Nienhuis

Een gelukkige samenwerking werd het helaas niet.

‘Ik heb gelukkigere momenten gekend, ja. In de voorbereiding keepte ik alle belangrijke wedstrijden. De andere keeper (Leonard Nienhuis) en ik konden het goed vinden. Twee dagen vóór de start van de competitie was voor ons beiden duidelijk dat ik eerste keeper zou worden, tot aan het gesprek dat de trainer, assistent-trainer en keeperstrainer met me wilden. Toen ze mededeelden dat ik tweede keeper werd, sloeg ik stijl achterover van verbazing. Een duidelijkere reden dan ´misschien is Nienhuis beter in hoge ballen´ konden ze me niet geven. De discussie liep erg hoog op en ik heb mijn spullen gepakt. Ik weet dat ik soms een grotere mond heb dan sommige clubs zouden willen, maar wat er in deze ruimte gebeurde, sloeg alles. Ik had echt het gevoel dat ze me daarna kapot wilden maken in de pers.’

Wat heb je geleerd van deze periode?

‘Ik ben te koppig om er iets van te leren. Ik heb alles gedaan wat ik naar mijn mening moest doen en ik ben blij met de manier waarop ik gehandeld heb. Ik heb Nienhuis heel veel succes gewenst en heb mijn contract laten ontbinden. Met Willem II was ik toen gelukkig al bijna rond, wat me enorm veel rust gaf.’

Bij Willem II tekende je een amateurcontract voor een jaar. Wil je hier blijven?

‘Mijn doel is nog steeds keepen in de Eredivisie. Het liefst zou ik natuurlijk met Willem II naar de Eredivisie gaan, maar als dat niet lukt en we eindigen met Willem II redelijk hoog met mij als één van de minst gepasseerde keepers, zal er echt wel een club komen. Daar vertrouw ik op.’

willem-II-team

Ruud Swinkels bij Willem II

En als een club jou wil hebben als tweede keeper?

‘Dan ook natuurlijk. Ik ben niet bang om de concurrentie aan te gaan. Ja, oké, behalve bij NAC. Waarom?  Dan moet je concurreren met de onbetwiste nummer 1 Jelle ten Rouwelaar, al jarenlang aanvoerder en superfit. Van hem win je niet. Daarnaast blijf ik een Willem II’er. Mijn broer en ik hebben eens op een eigen briefje geschreven voor welk bedrag we naar NAC zouden gaan. We schreven precies hetzelfde bedrag op. Geloof me: dat bedrag gaat NAC nooit betalen.’

Je bent nu 26. Wanneer zit je als keeper op je top?

‘Als je 30/32 bent. Het is dus belangrijk voor mij om de komende twee jaar veel te spelen. Dat zorgt voor meer rust en ervaring.’

Dus keepers worden beter naarmate ze ouder worden?

‘Daar ben ik het mee eens, maar het ligt ook aan je carrière. Iker Casillas zit qua leeftijd op zijn top, maar heeft alles al gewonnen wat er te winnen valt. Hij lijkt op. Niet gek als je twaalf seizoenen in het eerste van Real Madrid en het nationale elftal keept.’

Wat is de belangrijkste eigenschap van een goede keeper?

‘Zelfvertrouwen. Heb je geen zelfvertrouwen, dan moet je uitstralen dat je dat wel hebt. Een onzekere keeper wordt altijd gezien. Spitsen gaan dan irritante stuiterballen schieten bijvoorbeeld. Als een keeper zekerheid en zelfvertrouwen uitstraalt, zorgt dat voor rust bij zijn verdediging.’

Wat is jouw sterkste punt?

‘Verdedigend neerzetten en coachen. En ik kan niet ontkennen dat ik meevoetballend sterk ben.’

Wat is jouw zwakste punt?

‘Hoge ballen. Ook dat kan ik niet ontkennen. Als het heel druk is en er is weinig ruimte, ben ik niet de eerste keeper die eruit komt. Mijn team weet dat en is daar op ingesteld bij corners. Ik ga bij corners geen ballen meer pakken die op acht of negen meter van de goal komen. Dat is ook niet nodig als je team maar goed staat.’

Wat is de mooiste redding ooit?

‘Ik vind dat een mooie redding een belangrijke redding is. Een belangrijke redding hoeft niet mooi te zijn. Ik denk meteen aan Edwin van der Sar die bij Manchester United een penalty in de Champions League finale pakte. Sar pakte altijd onmogelijke ballen, maar hij liet dat enorm simpel lijken. Hierdoor is hij nooit beste keeper van een EK of WK geworden. Hij was geen showkeeper.’

Wat is jouw mooiste redding ooit?

‘Die moet nog komen. Maar als ik er toch een moet noemen: in mijn eerste jaar bij FC Eindhoven moesten we tegen Veendam. We hadden aan 1 punt genoeg voor de derde periodetitel. Ik maakte die wedstrijd een belangrijke redding en we wonnen de periode. Maar goed, uiteindelijk hadden we niks. Laten we maar met Willem II kampioen worden.’

Wie vind jij de beste keeper ooit?

‘Dan denk ik aan meer keepers. Van der Sar, omdat hij het zo makkelijk laat lijken, Peter Schmeichel met een speciale stijl die alleen hem past, hij keept zoals een handbalkeeper. En Iker Casillas, katachtige reflexen en alles gewonnen. Op dit moment vind ik Manuel Neuer de beste keeper. Hij gooit zich voor iedere bal en staat altijd goed.’

Wat moet een goede keeperstrainer volgens jou kunnen?

‘Duidelijk zijn, een goede trap hebben en vooral een goede inleving hebben in de keeper die hij voor zich heeft. David (tweede keeper David Meul, DvM) en ik zijn twee totaal verschillende keepers. Daar moet een keeperstrainer een tussenweg in vinden.’

Wat vind je eigenlijk zo mooi aan keepen?

‘Binnen het elftal ben je een eenling. Je bent de laatste redding. Als een keeper iets goed doet, valt dat op. Een keeper kan heel de wedstrijd niks te doen hebben, maar als hij 1 bal eruit pakt, krijgt hij schouderklopjes. Alles wat hij doet, valt op. Ik houd niet van aandacht. Ik houd ervan om belangrijk te zijn. En als ik zou moeten kiezen: liever wat meer aandacht dan zo’n grijze mus op het middenveld.’

Heb je nog rituelen voor je een wedstrijd begint?

‘Genoeg! Rituelen zorgen voor ritme en de focus die ik vast wil houden. Alles kan anders zijn, als dat maar hetzelfde is. Dan heb je in ieder geval een bepaald scenario in je hoofd zitten waarvan je zeker weet hoe het gaat lopen. Als eerste: linkersok, linkerschoen, linkerscheenbeschermer, bij de rechter hetzelfde. Daarna drie slokken Gatorade uit een bekertje, laatste beetje erin laten zitten en proberen rechtop in de prullenbak te gooien. Als ‘ie blijft staan, wordt het een goede wedstrijd. Als ie omvalt, moet ik er nog een gooien. Als je een beetje tegen het randje aangooit en er ligt al een beetje zooi in de prullenbak, steekt ‘ie er net achter. Als ik het veld opga, doe ik alles acht keer: acht keer armen voorwaarts, acht keer achterwaarts, knieheffen, hakkenbillen, zijpasses. Mijn warming-up zal ik nooit veranderen. Vóór de eerste en tweede helft doe ik twee sprongetjes en ik zet geen bidon in mijn goal. Dat vind ik een mikpunt voor de tegenstander.’

Hoe ziet jouw toekomst eruit?

‘Ik weet zeker dat ik het niveau van de Eredivisie aankan. Ik zie mijzelf als een goede middenmoter in de Eredivisie. Ik heb een bepaald idee van wat ik zou moeten kunnen en wat ik graag zou willen en daar werk ik naartoe.’

Wat zou je jonge keepers willen meegeven?

‘Onthoud dat er geen bepaalde route is naar een profcarrière. Blijf vooral gek doen in de goal, kies je eigen route en behoud het plezier.’

op het veld van thuishaven Willem II

Ruud Swinkels op het veld van thuishaven Willem II

Personalia

Lengte: 1,80. Even lang als Casillas. Kijk waar hij is gekomen.
Gewicht: 75kg
Schoenmaat: 42,5
Handschoenenmaat: 9
Handschoenenmerk: Ronald Waterreus, een nieuw merk.
Voetbalschoen: Nu nog Nike, maar ik houd niet van kleuren. Het liefst volledig zwart.

Vooruit: Ook nog even ons item ‘op de lat met onderdelat’. Blijven oefenen, Ruud!

One thought on “Interview met Ruud Swinkels: ‘Ik wil belangrijk zijn’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*