• Home
  • /Blog
  • /Interview met Dennis Gentenaar: ‘Keepers leven op het randje’
Interview met Dennis Gentenaar: ‘Keepers leven op het randje’

Interview met Dennis Gentenaar: ‘Keepers leven op het randje’

Dennis Gentenaar is al zo’n 20 jaar keeper in het betaalde voetbal. Begonnen bij NEC, maakte hij in 2005 de overstap naar Borussia Dortmund. Daarna speelde hij voor Ajax, VVV en Almere City om afgelopen zomer weer ‘thuis’ te komen bij zijn NEC, waar hij normaal als tweede keeper de stand is van Kalle Johnsson. Normaal. Want een kleine maand geleden raakte Gentenaar geblesseerd aan zijn wijsvinger.

Wat is er precies gebeurd met je vinger?

‘Op de training kreeg ik een bal van derde keeper Joshua Smits, zoals ik er al duizenden gekregen heb. Op de een of andere manier kwam deze bal echter recht op de bovenkant van mijn vinger. Toen ik naar mijn handschoen keek, bleek die vol bloed te zitten. Ik wist niet wat ik zag toen ik mijn handschoen uit deed: mijn voorste vingerkootje bleek over mijn middelste kootje geschoven te zijn. Daardoor was een gedeelte van mijn vinger opengescheurd; je keek zo tegen de pees van mijn vinger aan. Het zag er echt niet uit. De dokter heeft de vinger in het ziekenhuis recht getrokken en geopereerd. Het duurt minimaal 6 weken voordat alles hersteld is, dus ik heb nog een paar weken revalidatie voor de boeg. Voordeel is dat je nu alle tijd hebt om voor onderdelat.nl op je carrière terug te kijken.’

De geblesseerde vinger van Dennis Gentenaar

Neem ons eens mee naar de beginjaren onder de lat.

‘Ik voetbalde bij Z.O.W. in Nijmegen, een club die nu niet meer bestaat. Omdat er geen F-team was, begon ik op mijn 5e bij de E’tjes. Ik voetbalde dus samen met jongens van 8 en dat kon ik natuurlijk nooit winnen. Omdat dat rennen ook niets voor mij was, ben ik maar in de goal gaan staan. Wat ik er zo leuk aan vond? Dat weet ik eigenlijk niet. Misschien dat je anders was dan de rest. Keepers leven op het randje: als je iets verkeerd doet, dan hangen ze je op. Maar pak je die bal in de laatste minuut uit de kruising, dan ga je op de schouders.

Hoe ben je toen bij NEC terecht gekomen?

‘Toen ik 9 was, ging een aantal jongens van Z.O.W. naar NEC toe. Toen ik daar een keertje een oefenwedstrijdje stond te kijken viel hun keeper uit. Mijn vriendjes zeiden toen dat ik wel kon keepen. Na een helftje keepen mocht ik van Henk Baars – die nog steeds bij de jeugd van NEC werkt – blijven. Er was toen nog geen voetbalschool; pas vanaf de C werd het wat professioneler. Ik kreeg volgens mij 1 keer in de week keeperstraining, van Jo Gidding. Hij beulde je echt op een ouderwetse manier af. Dat was keepen zoals keepen bedoeld is.’

Wanneer kreeg jij in de gaten dat je van keepen wel eens je beroep kon maken?

‘Dat kreeg ik niet echt in de gaten, dat ging eigenlijk vanzelf. Toen ik in de A zat, kwam ik al vrij snel bij het eerste. In 1995 maakte ik op mijn 20e mijn debuut tegen PSV. Wilfried Brookhuis moest met rood van het veld en het eerste wat ik mocht doen was de penalty van Ronaldo uit het net halen. In het half uur dat volgde, kreeg ik nog 3 treffers om mijn oren. Het was wel mooi natuurlijk om mijn debuut te maken, maar achteraf ging het allemaal te snel: ik was nog niet zo ver als ik nu ben. Ik werd nog naar het tweede teruggezet, maar toen trainer Jimmy Calderwood me weer bij de selectie haalde – achter Bas Roorda – besefte ik dat ik ervoor moest gaan. Toen Bas in 2000 naar Roda JC vertrok, heb ik mijn kans gepakt.’

Dennis Gentenaar in zijn eerste periode bij NEC

Dennis Gentenaar in zijn eerste periode bij NEC

Je hebt daarna 5 jaar bij NEC onder de lat gestaan.

‘En toen liep mijn contract af. Ik kon naar NAC, maar besloot te wachten op iets mooiers. Pas toen het seizoen al voorbij was, kwam Borussia Dortmund. Dat had al een tweede keeper aangetrokken, maar die scheurde in zijn laatste wedstrijd bij zijn oude club zijn voorste en achterste kruisband af. Ik werd in Dortmund 2e keeper achter Roman Weidenfeller. Aan het eind van het seizoen raakte hij geblesseerd en speelde ik nog 10 wedstrijden. De thuiswedstrijden waren allemaal uitverkocht; we speelden voor 82.500 man.’

Wat is het verschil tussen keepen in Duitsland en keepen in Nederland?

‘Keepen is Duitsland is eigenlijk veel gemakkelijker. Je krijgt in een wedstrijd minder te doen dan in Nederland omdat het voetbal er minder voor de doelen plaatsvindt, maar meer van 16 tot 16. Meevoetballen vinden ze daar niet zo belangrijk: je bent gewoon keeper. Wel moet je in Duitsland veel alerter zijn op schoten zijn vanaf een meter of 30; in Nederland gebeurt dat bijna niet.’

Na een jaar liep in 2006 je contract af. En toen?

‘In januari meldde Ajax zich. Stekelenburg was daar eerste keeper en Vermeer kwam net bij de selectie; ik werd er tweede keeper. Ik had gehoopt om daar de Champions League mee te maken en een kampioenschap te pakken, maar dat lukte toen allemaal net niet. In 3 jaar tijd speelde ik 7 wedstrijden voor Ajax 1, waaronder die tegen NEC in Nijmegen waar toen een enorm spandoek voor me hing. Ja, dat was wel mooi, ja.’

Na 3 jaar voornamelijk op de bank te hebben gezeten ging je naar VVV.

‘Ik wilde eindelijk wel weer eens wedstrijden spelen. Maar na 7 wedstrijden scheurde ik toen mijn kruisband, uitgerekend tegen Ajax. Pas in de voorbereiding op het nieuwe seizoen kon ik weer aanhaken, maar net voor de winter kreeg ik weer last van mijn knie: de kop van de schroef in mijn knie bleek afgebroken. Kevin Begois nam mijn plek in; net voor het einde van het seizoen was ik weer eerste keeper en keepte ik in de na-competitie, die we gelukkig doorkwamen. Het jaar daarop kreeg ik een hernia; mijn rug heeft door de jaren heen zoveel klappen gehad. In totaal heb ik in 3 jaar 50 wedstrijden voor VVV gespeeld.’

Je maakte toen de overstap naar Almere City in de eerste divisie.

‘Ik kwam er niet uit met VVV, waardoor ik op zoek moest naar een nieuwe club. Ik hield mijn conditie op peil bij Almere City, waar ik toen uiteindelijk ook getekend heb. Dat is helaas niet geworden wat ik ervan gehoopt had. Het niveau op de trainingen was heel behoorlijk, maar in wedstrijden speelden we vaak heel onrustig en onsamenhangend. Daardoor gaven we wedstrijden soms in 10 minuten weg; dat sloeg nergens op. De eerste divisie is een mooie plek voor jonge gasten die daar klaargestoomd worden voor de Eredivisie, maar mij paste het niet.’

Spandoekje...En dus ben je sinds afgelopen zomer ben je weer terug op je oude nest.

‘De contacten met NEC zijn altijd gebleven. Toen ik hoorde dat Babos zou vertrekken heb ik wel even laten weten dat ik wel open stond voor een terugkeer. Ik ben aangetrokken als ervaren keeper die Kalle Johnsson en Joshua Smits helpt wanneer ze dat nodig hebben. Dat is in ieder geval niet tijdens de wedstrijd; dan moet je keepers met rust laten. Zij weten tijdens de wedstrijd precies wat zij fout hebben gedaan; dan hoeft dat ook niet meer verteld te worden.’

Johnsson heeft tot nu toe geen heel erg lekker seizoen; elke 27 minuten kreeg hij een goal tegen…

‘Keepers zijn heel erg afhankelijk van wat er voor hen gebeurt. En dat was de eerste seizoenshelft niet om heel erg blij van te worden. Maar Kalle heeft de afgelopen wedstrijden laten zien zijn draai gevonden te hebben. Ik heb er alle vertrouwen in dat hij die lijn na de winterstop doortrekt.’

Weet je eigenlijk al wat je na je carrière gaat doen?

‘Ik heb een contract voor een jaar en bekijk van jaar tot jaar of ik nog blijf keepen. Het is voor mij wel duidelijk dat ik na mijn actieve carrière iets met keepers wil blijven doen. Niet zozeer als trainer, maar meer als begeleider. Dat doe ik nu al voor enkele talentvolle jeugdkeepers en dat zou ik graag willen uitbouwen. Clubs trekken soms keepers aan die helemaal niet bij hen passen. Ik kan daar een rol in spelen. Oud-keepers begrijpen keepers gewoon.’

Nog wat echte keepersvragen. Wat is jouw sterke punt?

(na heel lang nadenken) ‘Ik heb een goede reactie op de lijn. En ik ben goed in één tegen één-situaties, denk ik. Ik heb veel geduld, kan laag blijven zitten, langzaam naar voren komen en blijven kijken, waardoor ik de spits dwing zelf na te gaan denken waardoor het fout gaat.’

En wat is je zwakke punt?

(lachend) ‘Ik heb geen echt zwakke punten; ik ben een allround keeper.’

Wat is jouw mooiste redding ooit?

(na lang nadenken) ‘Ik denk aan NEC – Ajax, in 2004. Van der Vaart krijgt op een meter of 7 de bal vanuit de hoek teruggelegd en schiet ‘m vol in de bovenhoek. Ik kom over van de eerste naar de tweede paal en zie de bal precies goed voor mij aankomen: ik kan gewoon gaan en tik de bal uit de bovenhoek. Ook denk ik aan Groningen thuis, ik weet niet meer in welk jaar. Tien minuten voor tijd krijgen we een penalty tegen. Joost Broerse neemt ‘m, ik pak ‘m en we winnen die wedstrijd.’

Wat is de belangrijkste eigenschap van een goede keeper?

‘Een goede keeper straalt rust uit en is mentaal sterk. Je hoeft niet eens van binnen rustig te zijn, als je maar wel rust uitstraalt. Dat is niet gemakkelijk. Als keepers een fout gemaakt hebben, hebben ze daarna vaak alle tijd om over die fout na te denken. En daar ga je niet beter van keepen. Wat er ook gebeurt, keepers moeten klaar zijn voor de volgende bal. Ze kunnen zich niet verstoppen. Voetballers kunnen dat wel: zitten zij even niet lekker in de wedstrijd, dan stappen ze gewoon even achter hun tegenstander waardoor ze de bal niet krijgen. Wanneer keepers achter de paal gaan staan, gaat de bal er gewoon in.’

Hoe leer je rust uit te stralen?

‘Hoe meer ervaring je hebt, hoe beter dat gaat. En ervaring krijg je door dingen heel veel te doen. Alles wat je veel doet, daar word je beter in. Dat is met alles.’

Wie vind jij de beste keeper ooit?

‘Dat is moeilijk: je hebt zoveel verschillende soorten keepers. Maar Edwin van der Sar, die is wel echt top. Als je tot je 40e op dat niveau kan presenteren; dat is knap. Voor Buffon en Weidenfeller geldt hetzelfde. Zij hebben zoveel situaties al meegemaakt dat ze precies weten hoe ze moeten reageren. De Gea en Courtois vind ik ook echte toppers. Zij zijn nog jong, maar stralen al zoveel rust uit.’

Wat is de mooiste redding ooit?

‘Het mooiste is als de mensen al denken dat de bal er al in zit en de keeper de bal toch weet te keren. Dat je achter de bal aan moet en ‘m toch nog weg weet te tikken. Dat zie je vaak bij kopballen en soms ook bij ballen die met de binnenkant voet worden ingeschoten. Een voorbeeld is natuurlijk Gordon Banks die de kopbal van Pele pakt.’

‘Wat ik ook mooi vind: ballen die door de massa heen geschoten worden. Je wacht, wacht, wacht en weet de bal dan toch te keren.’

Wat moet een goede keeperstrainer kunnen?

‘Elke keeperstrainer heeft zijn eigen specialisme. Zo is Wilfried Brookhuis heel goed in de technische aspecten van het keepen: hij ziet precies wat er fout gaat en weet altijd hoe dat beter kan. Bij Dortmund ging het er weer heel anders aan toe: trainer Teddy de Beer liet ons over hekjes van bijna een meter hoog springen en gooide dan een medicinbal in de hoek. Daar gaat het weer veel meer om kracht.’

Laatste vraag: heb je nog een tip voor jonge keepers die keeper willen worden?

Dennis Gentenaar

Dennis Gentenaar

Personalia

Lengte: 1,80 meter. Klein voor een keeper, zeggen ze. (lachend) Maar ik oog heel groot… In de jeugd was ik vaak een van de groteren, maar ik ben blijkbaar snel gegroeid. Ik heb er geen last van; het zijn andere mensen die er soms een probleem van maken.
Gewicht: 80 kg
Schoenmaat: 42
Handschoenenmaat: 9,5
Handschoenenmerk: Adidas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*